Naar inhoud springen

Aardrijkskunde

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
(Doorverwezen vanaf Geografie)
Image
Kaart van de wereld

Aardrijkskunde of Geografie is een wetenschap met twee subdisciplines, respectievelijk de fysische geografie en de sociale geografie. Aardrijkskunde is tevens een schoolvak op de lagere en de middelbare school.

De wetenschappelijke geografie bestudeert het aardoppervlak, en brengt de verschillende, over de aarde voorkomende culturen, het plantenleven en de dierenwereld in kaart, evenals (het menselijk gebruik van) de natuurlijke hulpbronnen, en de verschillende vormen van vervoer en verkeer. Tenslotte behoort ook de beschrijving van de diverse, op aarde voorkomende landschapstypes tot haar taken.

De geografie en verwante vakgebieden, zoals de topografie, worden gezamenlijk aangeduid als de ruimtelijke wetenschappen. Geografie is te onderscheiden van de aardwetenschappen, de verzamelnaam voor alle natuurwetenschappen die de planeet Aarde bestuderen. De fysische geografie is zowel onderdeel van de aardrijkskunde als van de aardwetenschappen. De sociale geografie is een gammawetenschap.

Aardrijkskunde als wetenschap

[bewerken | brontekst bewerken]

'Aardrijkskunde' is een overkoepelende benaming voor twee, min of meer zelfstandige wetenschappen. Het onderscheid is dat tussen de bestudering van natuurlijke verschijnselen in de fysische geografie, en de studie van culturele verschijnselen in de sociale geografie.

Beide disciplines zoeken een verklaring voor de 'ruimtelijke verschijnselen aan het aardoppervlak', het formele kenobject van de aardrijkskunde. Specifieker behelst dit:

  • de vorm, en verspreiding van ruimtelijke verschijnselen of patronen,
  • de samenhang in ruimtelijke systemen,
  • en de ontwikkeling en de verandering in ruimtelijke processen.

Geschiedenis van de aardrijkskunde

[bewerken | brontekst bewerken]

Oude Griekenland

[bewerken | brontekst bewerken]

De geschiedenis van de aardrijkskunde in de westerse traditie begon in het oude Griekenland. De oude Grieken waren de eersten die systematische studies van het aardoppervlak publiceerden. Herodotus, omstreeks 485-425 v.Chr., geldt als de vader van de geschiedschrijving, maar wordt ook als de eerste geograaf beschouwd. Eratosthenes, 276-194 v.Chr., muntte de term Γεωγραφικά, Geōgraphiká, 'beschrijving van de aarde'. De aardrijkskunde was nog geen vakgebied op zich, maar aardrijkskundige beschrijvingen maakten deel uit van zowat alle literaire genres. Vanwege de Griekse commerciële en militaire belangen was kennis van de zeeroutes en overzeese gebieden van groot belang. Naar hun mate van gedetailleerdheid, onderscheidt men de volgende genres:[1]

  • periploi of scheepsreisbeschrijvingen
  • periegesis of beschrijving van een landreis
  • chorographia of streekbeschrijving

Europese middeleeuwen

[bewerken | brontekst bewerken]

In de vroege middeleeuwen raakte de Europese wetenschap, waaronder de geografie, op een laag pitje. Het waren Arabieren zoals Al-Maqdisi (945-988) die de klassieke kaarten van Ptolemaeus uitbreidden, gebaseerd op veldwerk. Ibn Battuta beschreef een reis tot aan Beijing, en Muhammad al-Idrisi verbeterde de klassieke ideeën over het globale klimaatsysteem. De bekendste Arabische geograaf uit deze periode is Ibn Khaldun, die de opkomst en ondergang van grote wereldrijken beschreef, in causaal-geografische termen. Het geografische werk van deze Arabieren bleef in het Westen grotendeels onvertaald tot de 19de eeuw.[2]

Europese ontdekkingsreizen: begin vroegmoderne periode

[bewerken | brontekst bewerken]

Het eind van de Europese middeleeuwen, het begin van de vroegmoderne tijd, wordt gemarkeerd door het begin van de christelijk-Europese ontdekkingsreizen. Deze leidden tot een hernieuwde, wijdverbreide belangstelling voor de geografie. Een van de synoniemen voor de vroegmoderne of 'nieuwe' tijd is het tijdperk van de grote ontdekkingen. Grote scheeps-expedities werden gefinancierd door Europese vorstenhuizen, vanuit zowel economische, militaire, godsdienstige als wetenschappelijke motieven. Aanvankelijk namen Portugal en Spanje het voortouw, later gevolgd door Frankrijk, Engeland en Nederland. Door de ontdekkingsreizen kon men voor het eerst het grootste deel van de wereld in kaart brengen.

Moderne periode

[bewerken | brontekst bewerken]

De moderne tijd leverde de drie grondleggers van de geografie als wetenschap. Immanuel Kant gaf een filosofische verantwoording voor de geografie als studiegebied. Alexander von Humboldt benadrukte het belang van veldwerk en van de interacties tussen verschillende studiegebieden. Carl Ritter ging nog verder, en propageerde een holistische en teleologische benadering van de menselijke leefwereld.[2]

Ruimtelijke patronen

[bewerken | brontekst bewerken]

Aardrijkskunde als wetenschap van ruimtelijke patronen, beschrijft en verklaart de territoriale verspreiding en verscheidenheid van sociale en fysische verschijnselen. Het begrip patroon behelst de horizontale uitbreiding over het aardoppervlak, met daarbinnen rangschikking, configuratie, verdeling en geleding. Patroon veronderstelt ook regelmaat, en regelmaat maakt het doen van algemene uitspraken mogelijk. Juist de moderne aardrijkskunde, met de grote belangstelling voor statistisch-mathematische benaderingen, houdt zich bezig met ruimtelijke patronen.

Ruimtelijke systemen

[bewerken | brontekst bewerken]

Aardrijkskunde, als wetenschap van ruimtelijke systemen, betreft de beschrijving en verklaring van de samenhangen tussen sociale en/of fysische verschijnselen zoals:

Een systeem kan worden opgevat als een begrensde verzameling elementen, met hun onderlinge relaties. Ruimtelijke systemen worden door geografen meestal aangeduid met de term regionaal systeem. De moderne regionale aardrijkskunde is sterk beïnvloed door het systeemdenken.

Ruimtelijke processen

[bewerken | brontekst bewerken]

Systemen kunnen worden gezien als momentopnamen van ruimtelijke processen. Processen hebben te maken met veranderingen in verschijnselen, maar verschijnselen hoeven zelf niet louter ruimtelijk van aard te zijn. Dat neemt niet weg dat de moderne geografie bij uitstek procesgericht is, met een sterke aandacht voor de factor tijd.

Fysische en sociale geografie

[bewerken | brontekst bewerken]

Geografie is een verzamelnaam van een grote groep van geografische vakwetenschappen, verdeeld over de fysische-geografische en de sociaal-geografische wetenschap.

  • Sociale geografie bestudeert de sociale verschijnselen van de geosfeer. Het betrekkelijk vage begrip sociaal omvat de verschijnselen die samenhangen met, of voortvloeien uit, activiteiten van menselijke groepen. Strikt individuele verschijnselen vallen buiten het aandachtsveld van de sociale geografie.
De sociale geografie bestudeert vooral het sociale, door de mens gemaakte milieu. Centraal staat de idee dat het menselijk handelen niet los gezien kan worden van tijd en ruimte, en dat daarom mens en samenleving steeds in hun specifieke context moeten worden beschouwd. Het gaat om de wijze waarop mensen voirtdurend hun leefomgeving aanpassen aan veranderende omstandigheden.

Geografie van recreatie en toerisme is een specialisatie van de sociale geografie.

Image Zie Cartografie voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Cartografie, oorspronkelijk de kunst van het tekenen van kaarten, is thans het geheel van technieken om ruimtelijke informatie aanschouwelijk voor te stellen. Zowel de fysische als de sociale geografie maakt veelvuldig gebruik van kaarten als onderzoeksmiddel en als communicatiekanaal voor onderzoeksresultaten. Niet-ruimtelijke informatie kan de vorm aannemen van toegevoegde teksten, cijfers, symbolen of kleuren.

Kleine, platte delen van het aardoppervlak, zoals het grondvlak van een huis, kunnen zonder noemenswaardige onnauwkeurigheid worden geschaald tot het formaat van een vel papier of een scherm. De aardrijkskundige is meestal geïnteresseerd in grotere gehelen en moet dus gebruik maken van een kaartprojectie.

Geografisch informatiesysteem

[bewerken | brontekst bewerken]
Image Zie Geografisch informatiesysteem voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Een geografisch informatiesysteem (GIS) is een informatiesysteem waarin minstens een deel van de opgeslagen informatie ruimtelijk of geografisch is van aard. Naast een groot aantal professionele toepassingen zijn geografische informatiesystemen een onderzoekshulpmiddel voor de geograaf omdat ze toelaten statistische informatie te koppelen aan ruimtelijke gegevens.

Geografische informatiesystemen hebben papieren kaarten in vrijwel alle werkdomeinen vervangen. Een bijzonderheid van dergelijke "elektronische" kaarten is dat ze geen eigen schaal meer hebben, omdat computerbeelden in principe onbeperkt kunnen worden uitvergroot; in plaats daarvan wordt de nauwkeurigheid als belangrijkste kwaliteitsparameter van de ruimtelijke gegevens gehanteerd.

Op andere Wikimedia-projecten