Op een van onze avondwandelingen vroeg Anna het aan De Huisgenoot. “Durf jij het eigenlijk ook niet te zeggen?” “Precies dat,” zei De Huisgenoot. “Het is te beladen.”
Het probleem met iets zeggen buiten de spreekkamer van de huisarts, of je eigen woonkamer met je ouders, is dat alles wat je zegt tegen je gebruikt kan en zal worden, door een VVD’er die kapotte mitochondriën en een verneukt autonoom zenuwstelsel een vervelende karaktertrek vindt die je iemand kan afleren door hem in armoede te storten.
En nog erger: alles wat je zegt zal tegen andere mensen met long covid gebruikt worden. Want die en die is genezen door haar jeugdtrauma’s aan te pakken, zus en zo heeft Jezus in zijn hart toegelaten en daardoor de rust gevonden waardoor hij kon herstellen, en een derde bleek gewoon bang te zijn om beter te worden. EN WAAROM DOEN JULLIE DAT ALLEMAAL NIET? Het is een grote angst dat onze verhalen gebruikt worden om andere mensen met long covid onder druk te zetten.
Maar misschien moeten we dapper zijn en het gewoon zeggen:
Het gaat prima.
Oké, fysiek gaat het ruk. Qua energie gaat het ruk. Voor onszelf kunnen zorgen? Droombeeld.
Maar mentaal gaat het goed. Je zou zelfs kunnen zeggen verdacht goed.
Anna vond het vorig jaar eigenlijk al verdacht goed. “Ik heb het idee dat ik alles gewoon weggestopt heb in een kluis, onder gewapend beton, dat onderin de kast geduwd en de deur dichtgedaan,” zei ze tegen de psycholoog.
“Dat zou geen vreemde reactie zijn, er zijn zat mensen die het doen,” zei de psycholoog. “Maar die komen het mij niet zelf vertellen.”
Wist je dat tot wel 40 procent van de Olympiërs zich na afloop niet fijn voelen, ook als ze een gouden medaille (of drie) hebben gewonnen? Duckduckgo maar eens op “post-Olympic blues”. Zelfs als je een van de doelen hebt gehaald die wij als samenleving als het hoogst haalbare bestempelen kun je na afloop sip worden.
Wij besloten het om te draaien en niet sip te worden nu geen van onze dromen nog bereikbaar lijken. Nou ja, besloten? Kun je zoiets besluiten? Niet echt. Er zijn wel een aantal dingen die je kunt doen om je beter te voelen. Dit zijn een paar dingen die wij doen.
- Praten met een professional. In ons geval de praktijkondersteuner van de huisarts. Dit staat momenteel voor ons allebei op pauze, maar het was fijn&behulpzaam toen we het nodig hadden.
- Je omgeving fijn maken. Wij zijn zogezegd “grotendeels huisgebonden” dus dat huis is wel belangrijk. Dat optimaliseren zodat het een fijne plek is om te zijn is een prioriteit. Dat kan in grote projecten (zoals de zolder verbouwen), medium (Anna’s kamer herinrichten), en de dagelijkse kleintjes: zorgen dat het opgeruimd en prettig blijft. Bij dit alles hebben we helaas hulp nodig en boffen we dat er vrienden en familieleden zijn die dat graag voor ons doen.
- De poes! Die zorgt voor een hoop afleiding en een gespreksonderwerp dat eens niet het ziek zijn is. Soms zorgt hij ook voor extra zorgen, maar hij compenseert dat met knuffels. En liever zorgen om de poes dan existentiële paniek!
- Focussen op wat wel kan en zo min mogelijk bezig zijn met wat niet kan. Klinkt makkelijk, is het natuurlijk niet. Maar we hanteren het motto “het is allemaal al erg genoeg, dan gaan we er niet ook nog eens ongelukkig over worden”.
- Keihard lachen om alle maffe dingen die je zenuwstelsel doet. Rare grappen maken. Zeiken over wie die kuttrap ineens 129 extra treden heeft gegeven en van wiens geld dan. “Even de hydrauliek oppompen!” roepen als je eerst met je benen moet trappelen om genoeg bloeddruk te krijgen om uit je stoel te kunnen komen.
- Af en toe opmerken dat het allemaal eigenlijk best wel kut is. Vervolgens opmerken dat dat al erg genoeg is en we het niet erger hoeven te maken door ook nog eens ongelukkig te worden.
- Dingen maken voor lieve mensen.
- Opmerken hoeveel lieve mensen er zijn.
- Je realiseren hoeveel mensen dolgelukkig zouden zijn met jouw energieniveau. Proberen iets voor die mensen te betekenen.
We hebben geen geldzorgen, wel heel veel lieve mensen om ons heen, er is weer iets biologisch ontdekt over de hersenen van mensen met ME en de zolder is opgeruimd. Het gaat dus eigenlijk hartstikke goed. Nu hopen dat er geen VVD’er is die dit leest.
We vinden dit niet echt een blog voor commentaar, dus die staan uit.