Xyleem – 40.24

Image

terwijl de aarde beeft
terwijl de angst
…………de angst toeschreeuwt
en rookpluimen waanzin
de redelijkheid het zicht
o- n- t- n- e- e- m- t-

terwijl de tranen
terwijl het bloed
…………de tijd stilstaat
in oog en adem
ontworteld
o-n- t- h- e- e- m- d-

bloeit de bloesem
zingt de wind
groeit nieuw leven
speelt een kind

in verdwaasd gefluister
klinkt het onverstaan
waar komt onze hulp vandaan,

Xyleem – 40.23

Image

meer verbonden dan gedacht
meer dan schampende wortels
zoekend naar water
ligt een kosmos onverstoord

een zenuwstelsel schimmeldraden
bijna onzichtbaar aanwezig
de bomen converseren ondergronds
ongekend ongehoord

wonderlijk – en wij de lopenden
nonchalante eilanden
denken ons eindeloos
bruggenloos onvrij vrij

toch is er geen ik zonder wij,

Xyleem – 40.19

Image


opgerold opgevouwen
ineen geweven strak geperst
flinterdun breekbaar bleek
ergens in die knop verscholen
wachtend op de barst
wacht ik

om licht te vangen –
het hout te voeden
dat de tijd zal dragen
een scharnier dat knarst

ergens in het hart verscholen
wachtend op de barst
wacht meer dan ik,

Xyleem – 40.17

(met Rezan Habash in het hart)

Image

de druif huilt
tranen vallen op de aarde
die bron en zakdoek is
soms
doet wachten zeer
het einde van de tunnel
dicht

als de knop van hoop
onverwacht
geknipt geknakt
breekt een hart

de druif huilt
ongerijpte wijn
vleugels hunkeren
te zweven te plukken
maar de leegte
vliegt hen aan

misschien
eroderen tranen
tot nieuwe wegen
stromen naar samen
de wijnpers wacht
omarming van liefde
een weg te gaan,

Xyleem – 40.16

Image


rechtop de mens
die niet waait in de wind
van zinloosheid
die geen spoor trekt
van wonden en onrecht
noch spreekt
terwijl hij niets zegt

maar met ogen open
meer ziet dan voor ogen
met een luisterend gemoed
in duister en zonlicht
het woord overdenkt
voelt en doet

want hij is als een boom
geplant in een thuis
van stromen en aard
die uitdijend bloeiend
recht schenkt en ruimte
en al groen bewaart,


(een beetje Psalm 1)

Xyleem – 40.15

Image

het verpulvert in mijn handen
donzen plukjes verwaaien
in de windkracht van stemmen
woorden tegenwoorden
bliksemflitsen in zonlicht

mijn armen machteloos
mijn stem van tranen
amper hoorbaar
lijdzaam – de wolk te dicht?
mens in mij wordt wakker!

dat in hemelsnaam toch iemand
vrede zegt,