Een bank vooruit en een kus van de WordPressjuf wordt me beloofd omdat ik elf dagen na elkaar heb geblogd. Ik word duidelijk goed in de gaten gehouden. Ook al was dit vooraf nooit mijn bedoeling, ik vind het voor mezelf een mooie overpeinzing en afsluiter van de dag. Terwijl jullie allen de laatste slaapuurtjes genieten, ben ik dus volop aan het werk.
We verlaten de bossen en de rust, en trekken Victoria in, waar we één overnachting boeken. De hoofdstad van Brits-Columbia ligt in het zuidelijkste punt van Vancouver Island. De eerlijkheid (gemengd met pure schaamte) gebiedt me te vermelden dat ik tot gisteren in de waan leefde dat de hoofdstad Vancouver was. Niet dus, weer een wijsheid rijker. Toegegeven, aardrijkskunde was nooit mijn beste vak.
De pittoreske stad, de bruisende haven, huizen met Victoriaanse stijl, vergezichten over oceaan en bergen, dubbeldekkers, straatmuzikanten, krijsende zeemeeuwen, gezellige winkeltjes, het Empresshotel met enorme bloemenpracht op de oprijlaan bekoren ons. Het Britse erfgoed is duidelijk merkbaar.
Fisherman’s Wharf wordt grotendeels bevolkt door schilderachtige drijvende huizen in alle kleuren van de regenboog. Heel schattig. Sommige huisjes zijn zo klein dat zoonlief zich moet dubbelvouwen om via de voordeur binnen te geraken, hij is dan ook ruim 1, 95 m. Er ‘floaten’ ongeveer dertig huisjes, geen twee dezelfde. Ze zijn vast bewoond. Er is ook een b&b, geen spek voor onzen bek, we kiezen voor een betaalbaar (typisch Amerikaans) motel op vier km buiten de stad mét gratis taxidienst.

Sinds 1965 wordt het reusachtige parlement bij zonsondergang in een lichtspektakel omgetoverd. We wanen ons in een sprookjesstad.

Een stad die de moeite waard is en veel warmer ( letterlijk en figuurlijk) oogt dan Vancouver. Een stad zijn naam als hoofdstad waardig.
Ik 🧡 Victoria.



















