De Vlaamsche Ardennen

Image

Graag probeer ik zoveel schoonheid in beeld te brengen, nooit geeft een foto mijn gevoelservaring weer. Het is er mooi, heel erg mooi. Mijn geboortestreek waar ik 22 jaar woonde en ook school liep. Op drie km van ons ouderlijk huis huren we met de 14-koppige vriendengroep, traditiegetrouw eind september, een groot huis. Meer bepaald in Maarkedal. Vroeger zag ik dat schitterende heuvelland als een evidentie, nu ik er niet meer woon, geniet ik voor drie.

Het huis is ook een grote meevaller. We huren https://hofterheidje.be/. De stallingen van de grote vierkantshoeve uit de 18e eeuw werden onlangs omgebouwd met geweldig resultaat. Het schuurhuis met authentieke balken en modern comfort zorgt onmiddellijk voor een huiselijke sfeer. Het klikt prima tussen de 7 koppels, ieder mag zichzelf zijn en kent zijn ‘taak’. Hij is gids, hij fotograaf ( ik zou kunnen uitpakken met zijn foto’s, maar op pikken staan zware straffen), hij specialist in ordenen van overvolle vaatwasmachines, zij in tafels decoreren, hij in fietsen herstellen, zij in wijntjes serveren, hij in ….., zij in….. we vieren ons 7e jaar samen op reis en dat lukt perfect. Zestigplussers en zeventigminners.

Pittige fietstochten, met hellingen van 15% staan op het programma, want ‘vlak’ vind je er niet. Geen nood, de voetenwagen ondersteunt en op elke top wordt er gewacht op de ‘sukkelaars’. Die toppen zijn telkens weer een moment van bezinning waard, wat een stilte, zolang het grote gezelschap niet kwebbelt, wat een pracht rondom, wat een geluk dat iedereen heelhuids boven geraakt, op welke manier ook. We bezoeken Ronse (waar ooit een Lieveke werd geboren) en Oudenaarde. Voor mij bekend terrein, maar heel mooi veranderd. Rustpunten met terrasjes worden nooit genegeerd, want er moet worden bijgepraat én de septemberzon is ons méér dan welgezind.

Op een bord onderweg lees ik woorden van Ulrich Libbrecht die me erg charmeren:

‘Los van alle tradities kan ik opkijken naar de sterrenhemel en aangegrepen worden door dat immense wonder waarin wij leven en waarvan we een onooglijk klein fragment zijn. Ik ben compleet overdonderd als ik lees dat er meer sterren aan de hemel zijn dan zandkorrels op de aarde.’

Het was een topWE, letterlijk en figuurlijk. Maandagochtend zit het er weer op, warme knuffels, die de volgende dag alvast voor vier coranagevallen zorgen. Oei, daar gaan we weer. Het moest maar zo gezellig niet zijn…. Met een dankbaar gevoel van gemis laat ik vrienden én een stukje afgebroken voortand (OH neen, ik lijk een klein Verhofstadtje nu) achter.

We worden uitgewuifd. Als dat niet lief is.

Image

Een belletje…..

Hij belt. Of ik me niet verveel nu ik de fiets niet op kan met de herfst in het land?

Neen hoor, wil je écht weten wat ik deze voormiddag heb gedaan?

Graag! Benieuwd!

Heb je een minuutje?

Zeker, meerdere zelfs.

Vannacht, om 24.01u (of 00.01u) precies, probeerde ik de gratis voorstelling bij ons cultuurabonnement te bestellen. “Je moet er vlug bij zijn, de plaatsen zijn beperkt en op maandag gaat de website open”. Een verwittigd vrouw…..je weet wel…..je begrijpt toch? Een kwartier hield ik het vol, 15 pogingen om binnen te geraken, elke minuut ééntje. Niets. Ontgoocheld kruip ik in bed, lig een paar uur te woelen tot nare dromen me overvallen.
Dan maar intijds dat bed uit. Om 9u stipt heb ik al 20 beurten achter de rug, zonder enig resultaat. Ik bel het cultureel centrum, geen reactie, ik stuur boos bericht, geen reactie. Er is niemand thuis om mijn ontgoocheling op af te reageren. Manlief is (gelukkig voor hem) het huis uit. Maar de volhouder wint hoor. Om kwart voor tien heb ik de tickets binnen. Mijn hoofd staat op springen, maar het komt dus goed.

Dan rest je nog een halve voormiddag vol leuke plannen toch?

Zeker! Ik moet nog een doktersbezoek verzetten, je weet wel, de Covid-spuit. Want ja, ik ben 65-plus en hoor dus bij de ‘riskante’ leeftijd, kortom ik ben oud… Enige tijd geleden kon ik digitaal (nooit problemen met alles wat met digi start toch?) een afspraak maken voor begin november. Ondertussen kwam hier een mail toe dat het doktersteam deze datum bij nader inzicht en met de komende oprukkende epidemie in het vooruitzicht (jochei, daar gaan we weer) te laat vindt en ik kan kiezen tussen drie andere data. Digi uiteraard, een fluitje van een cent. Er zijn vier dokters!, drie dagen!, en toch geraak ik nergens meer binnen, alle uren, sorry minuten zijn volzet. Euhhh? Ik reageerde direct op de mail? Het kon niet stante pede-er?
Dan maar via de telefoon, de boosheid slaat weer toe. Maar zoals je weet, geen toehoorder, waarbij het dus alleen maar heviger wordt….muren hebben oren toch? Ik hang aan de telefoon, één minuut, vijf minuten, een kwartier, 29 minuten. Een (lelijk) muziekje galmt in de woonkamer, onderbroken met de zachte woorden ‘Blijf aan de lijn, er zijn nog 8….7….6….2…1…. wachtenden voor u’. Gelukkig wordt er afgeteld, op gevaar af dat ik GSM in de hoek smijt en daar mijn irritatie op afreageer. Weet je, goed nieuws, het is gelukt, ik heb een nieuwe dag (hebben ze daar snel in elkaar geflanst na wellicht meerdere kwade berichtjes, ik was immers nummer 8) én nieuwe reservatie.

Eind goed, al goed dus?

Er was nog iets met een digitale bestelling van eten via een ‘denderend’ werkende website voor ons collega-WE binnenkort, maar dat verhaal bespaar ik je.

Graag.

So long?

Vandaag met gouden rand

Bij het ontbijt bespreken we de plannen. De zon straalt, in klussen hebben we geen zin, een zomerdag vraagt om genoten te worden. En dan duikt altijd weer de fiets op. Manliefs fiets is nog steeds in herstelling, ze lijken er daar lang over te doen om tot een besluit te komen of hij het valavontuur kan overleven, de fiets van de Canadese zoon staat hier ‘in bewaring’ en rust roest, man lost dit probleem dus handig op.

Waarheen trekken we? Zeeland! Terneuzen! Met het voorstel van Matroos Beek voor een koffietje in gedachten. Lang leve what’sapp. Ik ben zo vrij onszelf uit te nodigen😉 en drie kwartier later staan we aan de voordeur. De rust en stilte in de omgeving zijn indrukwekkend.

Wat een warm welkom wacht ons daar. Het voelt alsof we elkaar al veeeele jaaaaren kennen. De kapitein, matroos, opa- en omabaard babbelen gezellig meer dan de voorziene tijd rond, bij een PRACHTIG uitzicht over het water, het groen, de omgeving. We zijn meteen verliefd, wat een ontzettend mooie plek, bewoond door twee fijne mensen, met wie het vlot en vlug klikt. We worden verwend, blijkbaar is de gastvrouw nog snel lekkere koeken en chocolade gaan halen, wat zeker niet onze bedoeling was, maar toch heel smaakvol is.

Met vertraging, het moest maar zo gezellig niet zijn!, vertrekken we op onze fietstocht. Langs vele sluizen rijden we door de mooie Braakman, een voormalige zeearm van de Westerschelde. We rijden door leuke mosseldorpjes. In het bos snuif ik herfstgeuren en ontdek ik herfsttaferelen. De zon schijnt gesluierd, de sfeer neigt naar mystiek, de dag is warm en zacht.

Image

Net als het bladerdek kreeg de dag een gouden rand. Ik ben er ondertussen van overtuigd, ontmoetingen met bloggers en ook partners zijn zoooo leuk! Ook hier staat de koffie altijd warm.

Lege hittedagen

De Canadese vliegkater is ondertussen vlot verteerd, hij hield ons niet lang in de ban. Tijd voor een nieuw reisje, een WE-tje vallei aan de Somme is, lang geleden, geboekt met vrienden. Fietstochten en huisje zijn gereserveerd in een leuk havendorpje. Tot….de hitte zich aanbiedt en het fietsen niet langer voor iedereen een optie blijft. Met veel truken van de foor weet onze handige Harry-vriend de booking te annuleren. Jammer, maar helaas. In juni was de gebroken arm van manlief de oorzaak, in juli de gietende regen en nu de hitte. Van variatie gesproken.

We staan dus voor een leeg heet WE met gesloten rolluiken (wat een uitvinding toch! En goed voor het milieu) en avondlijk buiten wagen. Of toch niet?
Zaterdag willen we samen koel cool invullen. Het aangename stadje Hulst wordt onze trekpleister. Amper 16 fiets-kms langs het bosrijke fietspad over de oude spoorwegbedding vanaf onze voordeur naar de stad. Een ge-airco-‘d lunchke aan het water vermijdt dat er onverwacht moet worden gekookt nu we thuis blijven. Een fris glaasje rosé maakt het af. Canada-, verhuis-, toekomst-, vakantieverhalen….er is zoveel bij te kletsen. Maar er staat ook een koele film op het programma, we hebben tickets voor Oppenheimer. Het is toch flink slikken als ik ontdek dat hij drie volle uren duurt, we rekenen op waar voor ons geld. In Hulst is een nieuw cinemacomplex(je) met drie niet te grote zalen, open sinds april dit jaar, gezellig. Comfortabele zeteltjes, een milde airco in de lucht, groot scherm en de volle zes filmgangers voor die namiddag. We kunnen ons verspreiden in alle hoeken van de zaal.

Oppenheimer dus. Hij is de vader van de atoombom, dé gruwelijkste uitvinding ooit. Naar zijn goede gewoonte husselt regisseur Nolan voortdurend tussen nu en later. De film speelt zich af in en na de tweede wereldoorlog, de bom vernietigt ongeveer 250 000 mensen in Hiroshima en Nagasaki en zal nog vele 100 000-den slachtoffer maken van kanker. Het Japanse keizerrijk capituleert en er komt een einde aan WO2. Recensies over de film zijn schering en inslag op het net. Ik hou het dus graag bij mijn eigen beleving. Het eerste anderhalf uur doen ontelbaar (voor mij toch) veel personages mee om tot de conclusie te komen dat een atoombom nodig is om de Duitsers voor te zijn, een teveel aan informatie. Ik doe een middagdutje, net als mijn gebuur :-), we snurken geluidloos, de zetels moeten maar zo comfortabel niet zijn en de voortdurend nieuwe gezichten zo talrijk niet. ‘Gelukkig’ worden tussendoor ook sfeerbeelden getoond over zijn privéleven met vrouw en andere affaires. Ik ben even terug bij de pinken.
Er volgen vijf minuten pauze, een glas water van de kraan, meer tijd is er niet, brengt nieuw leven in mijn brouwerij. De bom ontploft, indrukwekkende vertoning, ik hou de adem in, gelukkig geen horrorbeelden. De fel blauwe ogen van de geniale acteur in de scheikunde priemen doorheen het scherm. Dan volgt de gewetenskwestie, het psychologische aspect na zo’n vernietigende daad. Die intrigeert me enorm, was Oppenheimer een geobsedeerde wetenschapper die het onderste uit zijn geniale kan wilde halen? Of gaf de politieke kwestie de doorslag om een einde aan de oorlog te maken en dus doelbewust mensen de dood in te jagen? Alles voor de wetenschap en bijhorende wroeging na toelating tot ‘de daad’?
De muziek is opruiend, net als het gebeuren. Een film die nood heeft aan een nabespreking in de (voor ons) vredige omgeving van het water en een schaduwrijk plekje.
De moeite? Zeker!
Te lang? Ja.

Op zondag fietsen we de koelte van de bossen tegemoet, vergezeld door twee zonen en vier kleinzonen. Nummer vier is trots als een pauw, zijn eerste 22 km, wat een afstand! De anderen willen nog een omweg crossen, oma ‘offert’ zich graag op en zal bij dat ventje blijven.
De start van de dag is ontmoedigend. Mans fiets is van het rek achteraan de auto gevallen, de onderste riempjes sleuren hem kms lang mee over Vlaamsche wegen, wij hebben niets door en genieten de zomerse muziek op de radio. Tot voorbijrijdende wagens ons erop attent maken en en wij nog enkel de grote blikschade kunnen constateren, het halve fietsstuur is weggesleten, zomaar spoorloos verdeeld over de rijstrook in miljoenen kleine stukjes. Ook dat is fysica….

Gastblog van mijn zoon uit Canada

En dan komen je ouders op bezoek. Je woont al een jaar in een nieuw land en je wilt hen tonen dat het hier goed is. Je weet dat ze niet echt fan zijn van een kind in het buitenland, en al zeker niet als het 8000 kilometer verder en een oceaan over is. Dus je legt jezelf een hoge druk op dat het goed moet zijn: ze moeten in amper 2 weken een goed overzicht krijgen van je nieuwe leefomgeving.


Weken lang dokter je uit waarheen je ze mee kan nemen. En het plan wisselt steeds: accommodaties worden afgezegd en weer verlengd, de route wordt keer op keer gewijzigd in functie van het voorspelde weer en bosbrand na bosbrand wordt op de voet gevolgd om het traject zo efficiënt mogelijk in elkaar te steken. We gaan zelfs twee dagen op verkenning om leuke wandelingen uit te stippelen, maar besluiten al snel dat rotsklimmen en klauteren zich moeilijk lenen tot de ‘oudere’ fysiek.


En zo stapelt stress zich toch wat op en komt uiteindelijk het moment dat ze daar zijn. Amper anderhalve valies hebben ze mee, waarvan de helft dan nog gevuld is met flessen cocktailsaus en gezelschapsspelletjes voor ons. Misschien doet het er allemaal niet zo toe wat we gaan doen, en gaat het vooral om gezellig samen zijn?


We skippen last-minute het binnenland door teveel branden op de weg, we zien door de rook zelfs de bergen niet en de eerste herfstige dagen wisselen elkaar af met de laatste hete zomerdagen. Mijn ouders nemen het zoals het komt, met af en toe een occasionele “dat zou ik nu wel erg vinden” als er regen in de lucht hangt of de rook weer eens het zicht wegneemt.
Maar we maken er het beste van en zoals mijn vader zegt: “You cannot have it all”. De ‘druk’ sijpelt langzaam weg langs het rioolputteke en geleidelijk aan schiet er niets meer over van onze planning op voorhand. Voortaan spenderen we tijd aan overleg of we al dan niet een walvissafari zullen doen, of we ’s middags of ’s avonds warm gaan eten en of het de moeite loont om er een mogelijk immense vertraging door wegenwerken bij te nemen, maar dan wel Tofino en de westkust van Vancouver Island te kunnen zien.


Reizen met je ouders is altijd een beetje spannend. Het ‘moet’ meteen goed zijn, want ze zijn hier maar 1 keer. Of niet dus! Waar onze oorspronkelijke plannen algauw (bijna letterlijk) in rook waren opgegaan, werden de nieuwe plannen ter plekke gesmeed. En ook dat was goed. We aten lekker, keken verbaasd op als er toch eens een berg toevallig door de rook kwam piepen, testten samen uit welke trails ze aan kunnen zonder gebroken benen achteraf, en konden zelfs afsluiten met 1 van onze absolute hoogtepunten: Mount Baker. We hebben er lang over gedaan om de knoop door te hakken om al dan niet de grens over te steken en het hooggebergte in te rijden, hebben het plan nog 33 keer gewijzigd, maar uiteindelijk was de echte verrassing dat het hoogtepunt toch écht nog op het einde kwam.

Een lekkere maaltijd achteraf op een bijzonder terrasje sloot het geheel feestelijk af.


We kwamen tot de conclusie dat het onze ouders misschien niet in de 1e plaats te doen was om alles te zien (want daar waren we niet in geslaagd), maar om ONS te zien. “You cannot see it all”, zou mijn vader wellicht wijs besluiten.


En dat, ja, dat idee was mooi en warm.


Zou het hen overtuigd hebben om nog eens terug te keren? Wij laten Mount Baker alvast nog even liggen.

Hier en daar

Het afscheid is genomen. In de loop van de tijd heb ik geleerd, met of zonder groot succes, niet teveel vooruit te kijken, ‘we zien wel wat de tijd voor ons in petto heeft’, en ik slaag erin niet te emotievol afscheid te nemen alsof we elkaar binnenkort gewoon terug zien. Dat er voor lange tijd weer een scherm zal tussen zitten, wordt in een ver-weg-hoekje van mijn soms te actief brein gedropt.

De reis viel mee, duurde eindeloos en vliegen zal een noodzakelijk kwaad blijven, maar wonderlijk hoe een piepklein afgebeten stukje ‘pil’ een mens rustiger houdt. Van slapen kwam weer niet veel in huis, we waren 39 min 9 verloren uren wakker, dat kan tellen op onze ‘oude dag’. Een valies vol fijne herinneringen (mag gratis mee als handbagage) en de spanning van het verre reizen zorgen voor de nodige adrenaline. Hier is het nu ochtend, de eerste nacht was moeilijk met een immense kramp en wankel been als kers op de taart. We leven nu terug op Belgische ritme.

Zijn er verschillen tussen de manier van leven hier en daar? Uiteraard.

Zo zijn er overal, in de stad én in de bossen, openbare gratis toiletten. Het krachtige zuigsysteem is anders dan bij ons en verbruikt daardoor wellicht minder water. Ook al loopt Canada flink achter op ecologisch vlak. Zelden zie je zonnepanelen, overal monstertrucks die vooral heel macho optrekken, auto’s en brommers gieren met veel lawaai en uitlaat door de straten, er is nog geregeld gebruik van steenkool. Terwijl de eindeloze bossen voor veel groen zorgen, gebeurt elke verplaatsing op vier (hoe grotere, hoe beter) wielen. De fietsers daar kan je op één hand tellen. Het ‘even naar ergens rijden’ ligt 100 km verder.

De huizen worden gebouwd met hout binnenin en gekleurde pvc-panelen buiten. Ze hebben iets gezellig en de straten ogen rustgevend conform, geen allegaartje van stijlen zoals hier in België. Ik ben fan. Vaak wordt een verdieping onderverhuurd om de dure prijzen enigszins onder controle te houden. En zo kan het gebeuren dat je al eens in een kelder verzeilt.

Image

De vuilnisbakken hebben een speciale anti-beer-vergrendeling, waarbij het als toerist een dingetje is om ze open te krijgen. En uiteraard laat de zoon zijn moeder flink sukkelen, ze moet haar creativiteit bewijzen. We hebben tijd ….

Huis met nummer 21347 ligt tussen 21385 en 21256. Geen wonder dat de gps soms tilt slaat. Postbussen worden geconcentreerd op een straathoek, handig voor de postbode, minder handig als je in putje winter in een kamerjas de ochtendkrant wil lezen.

Verkeerslichten staan aan de overkant van het kruispunt, intijds stoppen is dus de boodschap, het vraagt wel enige gewenning. Op een kruispunt met ‘stop’ voor meerdere richtingen, moet de eerst toegekomen auto als eerste terug vertrekken, dus geen voorrang van rechts, volle aandacht bij het rijden nodig. Soms wordt de eerste rijstrook vrijgehouden voor Carsharing, waarbij je dus als single-rijder vaak op de middenstrook moet blijven hangen. Op een kruispunt mag je als wagenbestuurder altijd naar rechts rijden, ook als het licht op rood staat.

Voor de fietsers wordt een smalle strook vrijgehouden op de highways. Je trapt er langs de voorbij razende auto’s terwijl je stank snuift. Levensgevaarlijk.

Je krijgt altijd gratis water bij het eten. Daar kan België nog een puntje aan zuigen. Tax is niet begrepen in de prijzen op de menukaart en voor bediening moet/mag je kiezen tussen 15 of 20 of 25% extra. Er komt flink wat hoofdrekenen bij kijken. Burgers worden gegeten in alle maten en gewichten. Aan biertjes geen gebrek, er is lekkere keuze.

Canadezen buiten de stad hebben grote erven om veel rommel bij te houden. Dat geeft een slordige indruk. Een ingedeukte auto, een oude caravan, een roestig werktuig…. Van opruimwoede hebben ze duidelijk geen last.

Cannabis is wettelijk toegelaten. Je koopt ze gewoon in de speciale winkel. Zoon is vergeten er ons rond te leiden. 😉

De mensen zijn er vriendelijk en behulpzaam. De taal niet altijd evident om te begrijpen, geef mij maar Brittish English.

De natuur is overdonderend. Maar dat wist je natuurlijk al. En nu is het hier afkicken geblazen en wennen aan routine.

Dank voor de vele reacties. Dat ze deugd deden! Dit blogritme houd ik niet vol, ondanks de grote pluimen van WordPress.

The last day

Machtig, prachtig! Nu we als grote avonturiers ‘bekend’ staan, wagen we ons zomaar de grens over en we belanden in de staat Washington in Noord-Amerika. Yes, je leest goed, Amerika! Daar hebben we een extra pas voor nodig, een peulenschil voor globetrotters!? Aan de grenscontrole worden we uitgehoord, wat moeten die allemaal weten?, gescand op verschillende manieren en uiteindelijk goed genoeg bevonden om Amerikaanse bodem te betreden.

Met zoon als chauffeur rijden we naar het Cascadegebergte. De Mount Baker, een stratovulkaan met heel veel sneeuwval in de winter (records!), houden we constant in het vizier. Zoon rijdt veilig langs afgronden en ravijnen. Ik houd het hoofd omhoog, vooral niet opzij kijken omabaard!

Op 1300 meter hoogte, net voorbij de bomengrens, doen we een eerste stop en wandeling rond een idyllisch meertje. Rotsblokken en losliggende stenen zijn de enige hindernissen op onze weg. Uiteraard ben ik mijn wandelstokken (weer) vergeten en speelt zoon als grote steunstok op soms moeilijk begaanbare paden. Ook de zonnecrème ligt rustig in de valies in onze kelder. We zijn goed gewapend….. Maar het uitzicht is schitterend.

Image

Mijn gsm slaagt er niet in diepte en hoogte in beeld te brengen. Ik weet zeker dat de fotografen onder mijn lezers hier hun hart zouden ophalen. Ik geniet daarom niet minder, na elke brokkelige stap gun ik me een verdiende rustpauze om rond te kijken en proberen zoveel schoonheid in me op te nemen.

Kleurrijke plekken met wilgenroosjes, asters en Siberische Edelweiss zijn een festijn voor de bijen. Overal hoor je gezoem.

Image

We stijgen (jawel, met auto) nog 200 meter waar de bergen ruiger en lastiger te beklimmen worden, waar de vergezichten indruk-wekkend zijn en de temperatuur steeds heerlijker. Beneden wordt er gebakken en gebraden bij 30 graden, wij stappen (zonder stokken ) bij een ideale 22 graden, met staalblauwe lucht, genadeloze zon (zonder crème) en een aangenaam zuchtje wind. Even lijkt manlief de dieperik in te schuiven over losliggende stenen, maar dappere ik redt hem én zijn rugzak. Ik ben en blijf onmisbaar.

Image
Mount Baker met besneeuwde top

Wat zijn we ongelooflijk kleine ukjes en ikjes in deze immense wereld.

Nog een laatste avondmaal met ons vieren op een toffe locatie. Het idee dat we hen niet snel in levende lijve terug zien doet pijn en blijft door mijn hoofd zoemen. Ik word er zowaar melancholisch van. We overlopen de reis, de dagen die omvlogen, de ontdekkingen die eruit sprongen, de nieuwe wereld die voor ons en toch ook voor hen open ging. We gaan nu verder met de herinneringen.

Het.was.fantastisch.en.leuk.en.het.doet.pijn. Straks komt het afscheid eraan, OH neen! En OH jawel.

Tijd vliegt en wij binnenkort ook

Op 7 km van Victoria bezoeken we the Butchart Gardens. Een 119 jaar oude gerenommeerde tuin van 55 hectare. Verschillende soorten tuinen vormen een schitterend park. Hoewel we eind augustus, eigenlijk ondertussen begin september zijn, in België start de eerste schooldag! kleinkindjes, wij denken aan jullie!, is de kleurenpracht nog steeds geweldig, soms aandoenlijk mooi. Ooit plantte Jenny Butchart haar eerste plantje daar. En zo zie je maar, de volhouder wint. Twee minpuntjes, vrij expensive én wat mij betreft toch wat té afgelikt, geen on/anderskruidje tussen de bloemen, strak afgelijnd, ik mis ‘naturel’.

Image

De veerboot vaart ons weg van Vancouver Island. Met nostalgie , komen we er ooit terug?, zie ik het eiland langzaam maar zeker verdwijnen.

In Maple Ridge logeren we weer in de buurt van onze zoon en schone dochter. Bij hen thuis logeren is geen optie, ze wonen met hun viertjes (2 honden incluis) klein. De voorbije twee weken huurden we onderweg samen drie huisjes, één hotelletje, één b&b, en twee maal een eigen huisje in hun omgeving. Een vrij dure onderneming, maar méér dan de moeite en dit wordt ook geen maandelijks terugkerend plan.

Het is even zoeken naar het huisje. Nummers lopen hier niet gewoon op, kunnen soms met sprongen van 30 of 50 vooruitgaan. Ook de gps vindt het niet, we zijn niet de enige sukkelaars. Tot…..

Image

Schitterend toch!! Een heerlijk typisch Canadees huis. Dat belooft. Verrassing troef! Alleen…..wij wonen in de kelderverdieping onder de garage en de parking . Onze woonst blijft dus volledig verborgen voor jullie😉. Fijn ingericht, maar als claustrofoob toch ook wat eng.

Nog één vrij-dagje te gaan. De plannen zijn gesmeed én onverwacht ook speciaal. Zaterdag hangen we weer in de lucht (bah, we kunnen weer jullie kaarsjes gebruiken) en zondag zijn we terug in Schiphol – hopelijk!- met een flinke sprong van 9 volle ‘verloren’ uren vooruit.