Muziek, intens, emotioneel, film, schitterend

Terwijl ik in de jaren ’70 rustig in Simon & Garfunkelsferen vertoefde, was manlief al vurige fan van Bob Dylan. Noem een plaat op van de bijna 84-jarige man en je vindt ze hier thuis. De platen zelf worden niet meer gespeeld, maar nog steeds met veel liefde gekoesterd. Ook al blijft de oude platendraaier geduldig wachten. Twee keer beleefden we samen een voor mij goed, voor hem schitterend concert. De muziek is knap, net als in de inhoud van de songs, maar ik heb het niet hoog op met de nasale, rauwe stem van Dylan. Elk vogeltje zingt zoals het gebekt is.

‘A complete unknown’ is nu op het grote scherm te zien. De biografische, muzikale film verhaalt de bliksemcarrière van Bob tussen de jaren ’60 tot ’65 en werd geregisseerd door James Mangold. Bob arriveert als jong ventje in New York City en bouwt relaties op met iconen uit de muziekwereld zoals Pete Seeger en Johnny Cash (ik =grote fan).
Hij wordt beroemd als ambitieuze folkzanger en maakt nadien de controversiële overstap naar de elektrische rockmuziek tijdens het Newport Folk Festival. Dit tot grote ergernis van het publiek, maar Bob is een blijft eigenzinnig zijn eigen gang gaan. Om dan later te schitteren met prachtige songs. Bob heeft charisma, is rebels en verdrinkt in innerlijke conflicten. De film duurt bijna 2.5 uur en nog is het lastig je uit de warme cinemazetel recht te trekken, dat was 2.5 uur écht genieten.

De film gaat naast muziek ook over identiteit en transformatie. Bob is een complex persoon, zowel in het dagelijkse (liefdes)leven als in zijn muziek. Acteur Timothée Chalamet kreeg zijn eerste grote rol in ‘Call me by your name’, waarvoor hij een Oscar-nominatie kreeg van Beste Acteur op 22 jaar. Hij heeft de krullen van den Bob en weet ook de kenmerkende stem van de muzikant bijna perfect (iets minder rauw, gelukkig voor mij) te imiteren. Hij zingt zelf alle nummers in de film, het duurde hem vijf volle jaren om zich volledig in te werken. Hij nam intensieve zang- en gitaarlessen om Bobs unieke stijl van zingen, houding, leven, spreken te beheersen. De film straalt pure nostalgie uit. Ik begrijp steeds beter de icoon-status die hij van manlief kreeg, bijna 50 jaar geleden al.
Monica Barbaro schittert als Joan Baez, de muze van Bob. De liefde moet ze wel delen met Sylvie Russo. Zij is een fictief personage, zij mag de mix van vrouwen en activisten vertegenwoordigen die Dylan vroeger om zich heen had. Het liefdesleven van Bob was nooit ‘saai’, net zoals bij veel andere kunstenaars.

Als je van zijn muziek houdt, als je graag een ode aan die heerlijke jaren 60 beleeft, als je graag schitterende acteurs bezig ziet, als je erin slaagt 2.5 uur stil te zitten (écht niet moeilijk hier!, meer nog, meedeinen met de muziek is bijna een must), gewoon gaan!
Mijn score is een gulle 10/10, manlief houdt het bij 15/10.

En dan toch nog even kort een ergernis, die niets met de film te maken heeft. Het treinverkeer staakt hier gedeeltelijk gedurende negen volle dagen! Pensioen later dan 55 (!) zien ze niet zitten. Normaal rijden er twee treinen per uur van hieruit naar Antwerpen, nu is er een slop van meer dan drie uur, er rijdt geen enkele trein tussendoor. Het perron ziet zwart van het volk voor de eindelijk aangekondigde trein en ipv de tien normale rijtuigen, komt er een treintje binnen met amper drie rijtuigen, waarbij mensen als haringen in een ton tussen de gangen hangen én je wel de volle pot kan betalen. Het moest er gewoon even af. “De trein is altijd een beetje reizen”, is hun slogan.

Zeg het met bloemen

Kleinzoon leert ‘sentir’ vervoegen.
‘Weet je wat sentir betekent?’
‘Ja hoor oma!’
‘Flink zo, grote jongen, en schrijf nu maar de vervoeging op.’
Hij doet het foutloos.

Image

Krullende speelse stengels.
Zachte, gebogen stengels die elkaar lijken te omarmen.
Stevige, hoekige, geknakte stengels.
Zeg het met bloemen.

Bij het optreden van I Muvrini (https://www.youtube.com/watch?v=DeIw9N-nCJk) voel ik ontroering. Deze muziekgroep combineert Corsicaanse muziek met moderne elementen. De focus ligt op hun cultuur en de zoektocht naar eigen identiteit. De teksten zijn verrassend mooi. Net zoals de bindteksten, die volledig in het Frans gesproken worden, waarbij ik niet altijd de pointes beet heb. Maar de liedjes zijn waanzinnig mooi.

Sinds een kleine week loop ik opgelucht en ontspannen rond. Op een kleine hoestbui na kan ik weer stilte en rust ademen doorheen dag en nacht. En manlief, verdraagzaam als altijd, geniet mee.

Ik trakteer tante, die op de dag juist 20 jaar ouder is dan ik én dezelfde naam heeft, op taartjes van de beste bakker uit de omgeving.
Idem de volgende dag met drie vriendinnen. Ze blijven smaken. Dat is genieten! De verloren kilo’s komen er vlot terug aan en het kan me geen moer schelen.

Verrast kijk ik rond tussen de grootse verbouwingen op de bovenverdieping van zoonlief. Drie extra slaapkamers worden daar zomaar getoverd en het resultaat mag er zijn.
Vooral de combinatie van stokoude, oersterke balken met moderne muren en houten vloeren is knap.

Ijverig en enthousiast werk ik verder aan mijn Tiffany-huisje. Ondertussen kreeg mijn werk twee bomen, een schouw en een deurtje, waar binnenkort (er is nog véél werk aan de winkel!) de zon kan doorheen schijnen. Vriendin is een prima lesgeefster en gulle gastvrouw. Zij zorgt voor zalige ‘werk’uurtjes die voorbij vliegen.

De onderonsjes tussen Trump en Poetin jagen me angst aan. Wat gaat dit betekenen voor Oekraïne? En voor Europa? En voor de wereld? Ik doe mijn uiterste best om niet in paniek te schieten. Het klinkt zeker niet veelbelovend.

De zonnige koude dagen maken me blij. Ik hou van dit winterweer. Her en der ligt nog een hoopje witte sneeuw, net voldoende om voeten een ijskoud bad te geven.

Het vooruitzicht van een bezoek aan Alhambra Granda in Andalusië binnenkort en nog zoveel andere leuke, warme (hopelijk!) plaatsjes doet me verlangen naar.

Eén van de ‘regels’ bij blogs schrijven, is niet van de hak op de tak springen. Ik heb lak aan regels en zend de vele stengels de open ruimte in.

Comment te sens-tu aujourd'hui ?

Dag bloem, dag plas, dag Japan

Met hete thee (bah), honing (bah) en géén koekje (bah) zit ik in het warme (jochei!) huis. De bloedwaarden én de longscan zijn vrij ‘normaal’ en toch hoest ik dapper door, de dokter krabt zijn slimme hersens bloot, maar zelfs dat brengt geen aarde aan de dijk.
Ik ben doodgewoon een volharder, dokter.
Dat heeft mijn opvoeding me geleerd en dat houd ik graag in ere…

Schone dochter maakt een schitterend postertje voor 2025 met geschreven teksten van het gezin. De hoofdkleur is blauw, blauw als het water, blauw als de lucht (die we wel missen nu) en blauw waar ik van hou. Ik pluk en plak er een klein stukje uit….

Image

….en lees en leer een nieuw woord NANKURUNAISA. なんくるないさ
Het woord komt uit de Okinawaanse taal en cultuur in Japan en is daar echt hip. Het is dé slagzin van de inwoners in Okinawa, die bekend staan om de ontspannen en optimistische levensstijl. Ze hebben één van de hoogste levensverwachtingen ter wereld door hun stressvrije benadering van het leven. In hun levensfilosofie draait het om acceptatie, veerkracht en vertrouwen in de natuurlijke loop van het leven.
Wij vertalen het hier vrij door “alles komt na verloop van tijd goed“.
Maar komt alles goed?
Neen toch?
Zeker niet letterlijk te nemen. Maar geraak niet verlamd door wat je overkomt, beweeg met de golven van het leven, leer actief aanvaarden, zoek evenwicht tussen actie en acceptatie. Vaak zie je het woord in tatoeages en kunst terugkomen. Het schrijven is gemakkelijker dan de uitvoering.
Het postertje hangt goed zichtbaar opzij van de keukenkast, 2025, here we come, ook al zijn we al volop bezig. Nu nog proberen het woord te memoriseren. Dat is andere koek in dat mistig brein van mij.

Mijn Helleborus bloeit rijkelijk. Als vroegbloeiende winterplant in een wereld zonder kleur staat ze symbool voor kracht en nieuw begin. Maar ze heeft ook een duistere kant van hekserij en dood. De schoonheid van de bloem is bedrieglijk door haar giftigheid. Elke dag bewonder ik de groei, de extra bloem. Haar naam is ook nieskruid, oei, ik begin verbanden te ontdekken…. Misschien moet ik drrrrringend stoppen met mijn ochtendgroet?

Image

Die zon-dag pakte ik me warm in, ik moest én zou uitvliegen, de muren kwamen op me af. Diezelfde muren die vorige keer nog zo lieflijk konden spreken hier. We halen een frisse neus. Wandelen, groene polders van Kruibeke genieten, vogels spotten, vlonders lopen én over plassen springen. Zoek de fout.

Image

Als de muren konden praten…

Mijn naam is ‘Groot herenhuis in Ronse’

Mijn hoge plafonds nodigen uit tot veel warmteverlies. De vrouw des huizes klaagt daar vaak over. Ze lijkt me aan de kouwelijke kant. Vier levendige kindjes houden haar dan wel warm. Ze huppelen en dwarrelen doorheen de vele kamers. Drie kleine meisjes met blonde vlechtjes en als kers op de taart een jongentje. Droom van de papa, zo wordt zijn naam toch nog doorgegeven. Vooraan staat de ‘zondagskamer’, een immens grote ruimte met logzware mahoniehouten meubels, een piano voor de vrouw en twee dochters. Ik hou niet van deze overbodige ruimte, maar verwarmen is te duur, dus blijven de draperies dicht, dan verkleurt niets. In de keuken met immense speelkist wordt gekookt, gespeeld, gewassen en gedroogd. Deze kijkt vanop hoogte uit op de leuke tuin. smal en diep, je kan er heerlijke rondjes fietsen langs het weggetje en door de paar fruitbomen, die ik graag mijn boomgaard noem. Boven berg ik vele slaapkamers, die allemaal in gebruik zijn. De badkamer met bad, lavabo en WC ligt ongelukkig, je moet doorheen de slaapkamer van de altijd-maar-zuchtende oudste dochter om er te geraken, zelfs een tenen-sluipende weg voor die dringende plas zorgt voor flinke ergernis. Mijn grote, romantische zolder zou nu een échte troef betekenen bij verkoop, toen vonden de kinderen het maar een enge ruimte.

Mijn naam is bungalow op de top van de Vlaamse Ardennen berg

Kleiner en praktischer wonen is dé ultieme droom van de vrouw des huizes. Ze steken de koppen bij elkaar en bouwen, met het oog op de leeftijd, mij, een bungalow. Dé trendy oplossing begin jaren 70. Grote ruime living, mooie (nu vintage) keuken, blauwe badkamer, amper twee trapjes naar de garage rijk. Vijf slaapkamers voor zes personen. De kamers voor de kinderen zijn veel te klein. Een bed, een kast, een bureau en de kamer staat vol. Gebouwd op de groei, tegen de kinderen allemaal uit huis zijn. De grote glaspartij naar de immense tuin toont een zicht tot 40 km ver bij zonnig weer. Over het dal naar de volgende berg. Wie daar onverwacht binnen komt, geraakt gecharmeerd van mijn grote troef. W.A.T.E.E.N.Z.I.C.H.T!
Kinderen gaan één voor één het huis uit, ik word leger, maar daarom niet minder gezellig.

Mijn naam is klein bouwvallig huisje in het hart van Sint-Niklaas

Ik ben zoals mijn vele buurtjes in de rij. Met een voorkamertje, een achter-woon-kamertje, een keukentje en piepklein badkamertje op het gelijkvloers. Mijn tuintje is smal en de buurvrouw rekent mijn tuintje ook (te vaak) tot haar bezit. Ze is van mening dat ze het jonge kersverse koppeltje daar dringend moet leren tuinieren. Zij zijn daar niet erg gelukkig mee, teveel bemoeienis. Jong, maar niet dom toch? De muren bladeren af, maar krijgen een nieuw kleurrijk laagje, de trap kraakt en mijn enige toilet loopt geregeld over. Gelukkig is het station met gratis toiletten (jawel, toen nog) niet veraf. De vele liefde in huis houdt me warm. Zie ik daar een hoogzwangere die begint in te pakken? Jammer, ze gaan verhuizen….

Mijn naam is groot rijhuis 500 meter verderop.

Lichtjes gerenoveerd bied ik me te koop aan. Er is meer ruimte, een gloednieuwe blauwe badkamer uit één glanzend stuk (ja, ik ben modern!), dat kuist heel handig. Mijn hofje is klein maar straalt in de zon. En met vier slaapkamers kan ik een hele kroost verwelkomen. Wat ik hoopte, gebeurde. Drie zoontjes vullen met veel gekwetter de aanvankelijk lege ruimtes. Er is leven en veel drukte, soms word ik er horendol van. De man des huizes is een doe-het-zelver. Ik word grondig aangepakt en ben fier op mijn veranderingen. Maar de trap blijft te steil, de kamers boven te koud, mijn tuintje blijft klein, te klein voor drie jonge voetballertjes….

Mijn naam is nieuwbouw hoekhuis, sleutel op de deur, terug 500 meter verderop.

Met veel geduld en zorg werd ik opgebouwd. Twaalf huizen op rij in dezelfde stijl. Enkel de inrichting kunnen de kopers zelf kiezen. Ze hebben smaak, die baasjes van mij, ik word tof ingericht. De drukte is voor mij wel even aanpassen, drie opgroeiende geobsedeerde voetballertjes houden de grasmat niet meer mooi, maar er mag gespeeld worden, er is veel licht, dat vindt mijn huisbazin heel belangrijk. Een grote veranda wordt aangebouwd. Blijkbaar zonder de nodige vergunning, wisten zij veel…. De boete achteraf is niet mals. Wie heeft hen verraden? Hier is geluk, verdriet, orde, wanorde, liefde, plezier, stilte (als iedereen naar school is), en ontspanning in huis. En kleine kindjes worden gro(o)t(er). Ik zie ze letterlijk groeien tot stoere, flinke mannen.

Mijn naam is open nieuwbouw, 4 km verderop

Het was de droom van de huisbaas. Eén keer in het leven zelf een huis bouwen. Niet eigenhandig. Hij vat de koe bij de horens. Hij houdt controle, maar het grote werk gebeurt door werkmannen, ik moet stevig en solide zijn. De afwerking neemt hij voor zijn rekening, huisbaas werkt met plezier om mij te verfraaien en huisbazin zorgt voor de creatieve ideetjes. Er is goed over me nagedacht, ook over ‘de oude dag’ met slaap- en badkamer beneden en extra brede deuren voor rolstoelen. Boven staan veel kamers leeg, nu ook daar de kinderen uit huis wonen. Mijn tuin is vandaag bedekt met witte rijp, heerlijk zicht voor mijn bewoners. Er is veel rust in huis, ‘oudjes’ maken weinig lawaai. De ruimte is fijn. Ruimte om kinderen en kleinkinderen met open armen te ontvangen. Er is kleur en blijheid. Vandaag warmt de zon me gratis op. De zonnepanelen floreren eindelijk nog eens.

Graag nog een laatste verhuis, 45 km verderop, dichter bij de kroost?

Of blijft het bij een droom?