Een dagje Texel hoort er uiteraard bij.
Als ik Texel schrijf denk ik aan….
….ons allereerste paasreisje, in een heel ver verleden, met drie kleine kinderen en de eend die ons dagelijks trouw een bezoekje bracht. We noemden hem spontaan Donald Duck. De kinderen kregen onverwacht een huisdier.
Terug naar het heden.
De meeuwen rond de veerboot geven een geweldige show, terwijl we buiten op de eerste rij vier plaatsjes bemachtigen. Ik hou niet van meeuwen, maar sierlijk laten ze zich glijden op de windvlagen. Schitterend, en hoewel ze luid krijsend hopen op een hapje extra en niét krijgen, zorgen ze voor spektakel en vragen geen cent.
Het lukt me niet echt ze mooi in beeld te krijgen, ondanks de galante poses net boven ons hoofd. Gelukkig zonder een pakketje!
De wind die meer dan zijn best doet. Dat hoeft echt niet hoor. Maar hij is niet te temperen….
De machtige vergezichten met weiden, duinen en bossen, paarse (jawel, nu al, drie weken te vroeg!) heide, veel, heel veel Texelaars, de typische schaapjes daar, met witte vacht en kale kopjes.
Veel opjes en afjes, leuk fietsen daar.
De Noordzee met brede zandstranden en de ondiepe Waddenzee en het Marsdiep waar de veerboot vaart. Water, water, water.
Voor vogelspotters een waar paradijs.
De Koog voelt als het Blankenberge van België.
Den Burg daarentegen is gezellig.
In de Waal trekken vele stokrozen onze aandacht en ze geven het (enige) straatje daar een romantisch tintje geven.
Het is een knap fietseiland. Vooral als in de namiddag het wolkendek gul plaats maakt voor de zon.
Volgens de media is Marken het mooiste dorpje van Nederland. De haven schittert in de zon. Het is er gezellig (te) druk. Ook Japan vindt zijn weg daarheen. De boot brengt ons naar Volendam, waar we even binnen springen in hotel Spaander, dat kunst en toerisme verbindt. Stijlvol. Je hoeft er geen kamer te boeken, vrij te bezoeken.
Via Monnickendam, dat verwijst naar de monniken van de Friese abdij van Marken, fietsen we naar Broek in Waterland. Een moerassig gebied in Waterland. De houten huizen staan op terpen en verhogingen, een mens wil zijn broek drooghouden toch?
Tijd voor koffie en taart in de pittoreske Broederkerk met een nóg pittoresker terrasje aan het water. Dat heet dan nuttig gebruik van lege ruimtes.

We trekken de wijde wereld in via goed uitgedokterde fietsgleuven en kleine paadjes voor handige ‘oudjes’.

Tot de wereld plots stopt en wij gewoon te laat zijn voor het veer. Het water is veel te diep…. Ons luidkeels zingen, sorry stilte daar, ‘schipper mag ik overvaren, ja of neen. Moet ik dan een cent betalen, ja of neen’ brengt geen aarde aan de dijk, geen boot in het zicht. De veerman doet vanaf de verre overkant teken dat zijn vaartijd erop zit en wil niet wijken voor onze charmes. Er zit niets anders op dan op onze weg terug te keren, de zes gleufjes terug over te balanceren. We houden onze broek droog.

Hier krijgen koeien voorrang op de weg. Er zitten een paar venijnige beestjes tussen, ze durven ruzie zoeken, vertelt de boerin, die ons, stadsmensen, met veel plezier en de nodige bravoure wegwijs maakt in de wereld van de boerderij.

Einde vierdaagse, einde mooie reis zonder één druppel nat, ondanks voorspellingen, einde Nederland, voorlopig toch, niet voor lang.
Tijd voor afscheid van onze vrienden. Dank je wel, het was leuk, lekker, gezellig, fijn, tof en ontspannend. En die wow-effecten houden we nog even heel hard bij. Nog een flinke autorit voor de boeg.














