
Het is weer zover….


De stokrozen zijn hier deze zomer geen succes. Ontgoocheld wil ik de dorre bedoening een flink kopje kleiner maken. Met de snoeischaar in de hand ontdek ik haar, net intijds…. Zij mag blijven leven!

De zon op het wateroppervlak tovert glinsterende druppels…..

Rustig grazend vee
Gouden uur kust land en vacht
dag zucht naar de nacht

In Avifauna sluit kleinzoon een vertederende vriendschap met een ringstaartmaki uit Madagaskar.

Het giet pijpenstelen, net als we Wassenaar binnen rijden. Wat beloofd is, zal gebeuren. Een dagje zwieren, zweven, bengelen en zoeven in Duinrell. Drie kleinzonen en drie pluskleinkinderen staan te popelen om eraan te beginnen.
De regen kan hen niet deren
Wij kunnen er nog iets van leren
Zij genieten het park zonder zorgen
Er is voorlopig geen dag van morgen

Net op dit moment zitten we veilig en nat in het Tikibad met veel warmte, meer lawaai, nog meer enthousiasme en het meest plezier! De kinderen door het dolle heen.
We belanden midden in het helse kabaal van een groots evenement in het provinciaal domein de Ster in Sint -Niklaas. Niet direct ons ding, drukte, luide muziek, schelle luidsprekers aan het rustige meer, omgeven met veel groen.
Twee zonen zetten hun sportiefste beentje voor met een kwarttriatlon en ook twee kleinzonen wagen een (kinder)poging.
Daarvoor wringen we ons met plezier door de mensenmassa heen, als stimulans voor groot en klein.
Voor mijn oren beginnen te tuiten en ik een blijvende tinnitus riskeer, trek ik me terug in de luwte van het park met uitzicht op het meer én in wollig gezelschap.
Drie Blacknoseschapen met een lange witte vacht, zwarte snoet en oren, en spiraalvormige horens grazen naast me. Een Zwitsers ras uit Wallis, geroemd als één van de schattigste schapen ter wereld. Ik kan ze geen ongelijk geven. Ze voelen heel zacht en lief.

Groot en klein presteren, elk op eigen niveau. Het is niet te heet, niet te koud, het water aangenaam fris (van horen zeggen! Zelf stak ik enkel het topje van mijn pink in het water), niemand vliegt uit de bocht, geen uitschuivers noch valpartijen. Opgelucht haal ik adem en kan alleen maar fier zijn als moeder en als oma.
Volgend jaar staan ze er opnieuw. Zoon drie zal dan ook van de partij zijn.
Want woensdag, jawel nú woensdag!, komen hij en zijn vrouw definitief, jawel definitief!, terug naar België. De voorbije maand leek alles plots in een stroomversnelling te komen en wij tellen nog enkel af.
Drie nachten, twee nachten, één nacht…..
We genieten de zon, bloemen, zonnebloemen, hoge duinen, bomen, groen, veel groen, gezellige stadjes en dorpen, glinsterend water met zonneparels, boten, oud roest en groene mossen, een vergane pier waar jonge kinderen toch een visje wagen, dansende eiken van meer dan 200 jaar oud, ze maken vreemde kronkels door het zout en de zeewind, een strak blauwe lucht, leuke winkeltjes waar je vooral niet mag vergeten omhoog te kijken voor een fijn tafereeltje, haventjes en heel veel boten en 62 km op de fietscomputer.
We horen vooral Duits, geregeld Frans en Nederlands.
De deun van Bløf en Geike Arnaert weergalmt in de oren.
In mijn herinnering duiken toffe en lekkere momenten op, met zicht op water, een toffe bende, de timmermansfabriek waar nu dat prachtig hotel huist.
We voelen het warme zeewater onze voeten en benen wassen én onze kledij (neen, geen badkledij! Die hebben we niet mee) zoutig kletsnat maken.
Met wat fotokes nodig ik jullie uit onze prachtige tocht samen te stellen. Waar was ik?






Toen wij de voorbije dagen in Friesland fietsten, vloog er meerdere keren een gigantisch gevaarte aan een helikopter net boven ons. Ik was te stomverbaasd om een foto of filmpje te maken, hoewel ik ruimschoots de tijd had. We zagen hem afkomen en hij vloog meermaals traag boven onze hoofden. Even bedacht ik ‘oh jee, wat als deze grote hoepel neerstort?’.
Op het journaal vandaag zien we het terug en begrijpen we eindelijk de betekenis ervan. Zoet en zout water dus. Nooit te oud om te leren.
Even googelen en ik kan het ook jullie meegeven.
https://nos.nl/artikel/2578321-gigantische-laagvliegende-hoepel-onderzoekt-grondwater
We waren er (weer) even uit. Andere streek, andere vrienden, zelfde fiets, zelfde genieten, zelfde droog weer, andere bedden, andere verhalen.
Kamp Vught was het enige SS‑concentratiekamp in Nederland en speelde een verschrikkelijke rol in de Jodenvervolging en repressie van tegenstanders tijdens WO 2.
Beklijvend om daar in stilte rond te lopen, vruchteloos proberen we te begrijpen hoe mensen mensen zoveel leed kunnen aandoen.
In het Monument voor de Verloren Kinderen zijn 1269 namen van gedeporteerde kinderen gegraveerd. Kinderen die nooit meer terug keerden.

De Sint-Jans- kathedraal is een imposant kerk-kunst-gebouw in het gezellige den Bosch.
We delen een Bossche Bol, een veel te grote soes met slagroom en chocolade. Mijn maag heeft het geweten. Maar streekproducten moét je proeven.
De Vughtse heide schrijven we op onze to-do-list. Net als de bolhuizen.
Want nu moeten we dringend noordelijk.
We logeren in een tof en authentiek hotelletje Lunia in Oldeberkoop. Wat een naam! Een grote fietstocht in dreigend fris weer staat op het dagprogramma. In het stijlvolle oude stadhuis van Wolvega lunchen we een twaalfuurtje. In Nederland hebben ze daar echt verstand van.
De weg is lang, rechts en links eindeloze vrij saaie velden en boerderijen, altijd tegenwind, en ja dat kan, toch in mijn wereld!!
Maar dan keert het, de zon komt piepen, het prachtige Oranjewoud houdt de wind op afstand en de wegjes golven door het bos. De ecokathedraal in Mildam is net iets te ver weg voor onze vermoeide benen, we hadden hem graag onze vrienden laten zien.
Jan, jij maakte ons ooit wegwijs, nog steeds dankbaar, we weten dat het momenteel minder met je gaat en wilden je vooral niet lastig vallen.
De nacht is moeilijk. De kramp pijnlijk. Nooit geweten dat ook een scheenbeen spieren heeft die keihard kunnen opspelen….
Misverstand troef ijdens het ontbijt. Ik vraag een tas thee. Zij begrijpt een tosti (?) en trekt grote ogen. Een ‘kopje’ of ‘bakkie’ moet het zijn. Nooit te oud om de leren.
Joure, Langweer met Spot als schitterend terras, Goingarijp met knappe klokkenstoel, Terkapie en nog veel meer vreemde namen passeren de revue. Het Sneekermeer is een hoogtepunt met veel drukte van sloepen, zeilboten en andere ingewikkelde namen. Wij fietsen, maar varen daar zou geen straf zijn. Pontje Rufus is gesloten wegens onderhoudswerken, lezen we op het papier. Dat wordt zoeken naar een omweg om de overkant te bereiken. Dat vraagt even tijd, vijf minuten, toen minuten…. De oplossing ligt binnen fietsbereik. Helmen op en weg zijn we….. Nog even wachten tot die man gepasseerd is op het smalle fietspad. Hij stopt naast ons, verwijdert de papieren boodschap en zegt dat het pontje nu op dít moment terug opent. Van ideale timing gesproken! Aan de overkant liggen overal schapen midden op de fietsweg, zij veroeren niet, wij laveren er tussendoor en proberen ons recht te houden. Ook al is vallen op een schaap geen groot drama.

Het is het verre rijden meer dan waard.
Tijd nu voor het laatste avondmaal.
In de muur van de Zebrastraat in Gent, ooit de dierentuin, ontmoet ik Supplément d’âme (2013) van Yves Velter.
Half zichtbaar, half verdwenen. Een kunstwerk mag en moet iedereen voor zichzelf interpreteren.
Ik denk hierbij aan hoe we ons maar gedeeltelijk tonen aan en ook gedeeltelijk verbergen voor de buitenwereld. We geven ons nooit volledig bloot. Houden altijd een stuk, de helft?, voor onszelf.
Of doet de man aan struisvogelpolitiek en verbergt hij zijn kop in het zand, sorry muur, om de beangstigende wereld te ontvluchten?
Ik vind het mooi én symbolisch.

Hij staat daar, halverwege,
een man in een pak,
zijn rug naar ons toe,
zijn gezicht verdwenen in de steen.
Alsof hij een opening vond
die voor ons gesloten blijft.
Nu is er stilte.
De muur bewaart zijn geheimen,
lagen van tijd, laag op laag,
zoals ook hij zijn binnenwereld bewaart.
Wat zichtbaar blijft is slechts een helft.
De Zebrastraat in Gent verrast. Het was een voor mij onbekende plek.
In de 19e eeuw was hier de Gentse dierentuin.
De dierentuin moest wijken voor de groeiende stad. Stadsarchitect Charles Van Rysselberghe ontwierp er moderne arbeiderswoningen rond een ovaal binnenplein, bekend als De Cirk. Het plein diende als speelplaats voor arbeiderskinderen.
Na honderd jaar zonder investeringen raakte de buurt in verval.
In 2009 redt de Stichting Liedts-Meesen het architecturale geheel van de sloop.
De Cirk werd gerenoveerd tot project Zebrastraat, een unieke combinatie van wonen, werken en hedendaagse kunst. Het ‘buitenbad’ is maar een 40 cm diep, doet geforceerd en kunstmatig aan, maar zorgt op zonnige dagen voor verbinding. Middenin staat een 14 meter hoge schuine ‘Nagel’ die de verankering van de familie Liedts in dit project symboliseert. Internettechnieken zijn verborgen in de kop van de nagel.

Vanaf 2013 is er extra ruimte voor kunstprojecten en evenementen. Architectuur, kunst, economie, sociaal gebeuren. Allemaal op één plek.
Het idee en concept van de huizenboog is heel speciaal en overal -binnen en buiten- ontdek je moderne, verrassende kunst. Je kan er zomaar binnenlopen.
Ook de Panamarenko hangt indruk-wekkend hoog en waagt een vliegpoging.

In de futuristische pastelroze XYZ lounge kan je iets drinken. De ruimte is een kunstwerk op zichzelf.
Mooi? Niet direct.
Speciaal? Heel zeker. Origineel!

https://www.zebrastraat.be/nl/culture/vaste-collectie ( voor wie interesse heeft)
Ik heb er geen aandelen, maar als je in Gent komt en je houdt van speciaal en anders en origineel, spring er zeker eens binnen! En buiten! Een aanrader.
D.
Het is één september. Tijd om terug les te geven.
R.
Het is nog maar begin augustus. En er komt geen tijd meer van lesgeven.
D.
Mij wordt de klas 3T aangewezen. Ik ken de leerlingen niet en ze lijken (nog?) niet in schoolstemming.
R.
3T bestond niet in mijn oude school.
D.
Ik zoek het juiste lokaal. Maar vind het niet. Blijkbaar zijn er veel nieuwe bijgebouwen op school. Ik ben verward, beetje in paniek zelfs en loop eindeloos verloren, een stoet drukke leerlingen achter me aan.
R.
Eind juni was ik na tien jaar terug op school. Er is veel veranderd. Overal staan gebouwen in de stelling. Ik ga naar de toilet en vind niet direct de weg terug. Beetje in paniek toch wel.
D.
Een paar leerlingen doen heel frank tegen me. Omdat ik eindeloos door gangen loop. Ik bedenk dat ik pensioengerechtigd ben en dit dus eigenlijk niet moet verdragen. Ik kan beter opstappen.
R.
Het gros van de leerlingen in onze school was heel beleefd en vriendelijk. Maar franke jongeren, ze bestonden en bestaan. Telkens proberen dan maar de middenweg te zoeken tussen streng en begripvol reageren.
Ik ben wél op pensioen. Ik hoef niet meer op te stappen.
D.
Ik vind het klaslokaal, een half uur is zomaar voorbij gestapt. Blijkbaar zitten daar ook nog twee andere klassen, is er geen bord voor mij en zijn er geen stoelen voor de leerlingen.
R.
Dit gelukkig nooit meegemaakt.
D.
De jongeren schreeuwen tegen elkaar in, ik probeer tucht te houden. Voel me machteloos. En begin te huilen. ( Ellendig!)
R.
Dit gelukkig nooit in werkelijkheid meegemaakt. Hoewel tucht houden niet altijd evident was in overvolle klassen. Ik herinner me die klas van 35 leerlingen, waar wel altijd iemand een pen liet vallen of een dringend woordje moest vertellen aan de gebuur. Dat werden dan snel 35 woordjes….
D.
Ik ga uithuilen bij een collega. Ze zegt ‘L, er zijn veel ergere dingen dan dat.’
R.
Ze heeft gelijk. Ze is mijn leeftijd, ook op pensioen, collega én vriendin, haar man ligt al een maand op intensief in UZ Leuven voor een loodzware kankerbehandeling.
D.
De wekkerradio rukt me bruusk uit mijn droom.
R.
Heel erg opgelucht.
Het is maar een droom. Hoewel dat laatste niet….