Terug naar de dijk

Na een tijdje had ik het wel gezien bij de palenrij; mijn fotografische buit was weer binnen. Voorzichtig zocht ik mijn weg terug naar het verharde paadje, zo’n twintig meter achter de rij palen. Terwijl ik richting de dijk liep, kwam er een hardloper met een klein hondje mijn kant op. Met de veerboot naar Lauwersoog op de achtergrond kon ik het niet laten om een paar foto’s van het duo te maken.

In het voorbijgaan zei ik tegen Jetske dat ik alvast terugging naar de dijk. Ik zou daar op het bankje gaan zitten, zodat zij hier nog rustig haar gang kon gaan …

Eenmaal terug op de dijk nestelde ik me comfortabel op het bankje. In de verte, zo’n 13 kilometer verderop, zag ik het gaswinningsplatform Ameland-Westgat 1 als een klein stipje aan de horizon staan (foto 1). Met de zoomfunctie haalde ik het moeiteloos dichterbij (foto 2). In een volgende blog kom ik hier nog op terug.

Ondertussen was Jetske bij de palenrij in gesprek geraakt met een vrouw met — alweer — het derde hondje van die dag. Ze bleek in Moddergat te wonen en struinde dagelijks langs de palenrij op zoek naar spullen om iets moois van te maken, vertelde Jetske later …

Morgen nemen we een kijkje aan beide kanten van de dijk …

Terug bij de oude palenrij

De oude palenrij bij Peazens-Moddergat blijft trekken. Alsof het verleden hier nog tastbaar is, net boven de modder. Voorzichtig schuifelde ik dichterbij, over de glibberige kwelder, stap voor stap richting wat er nog overeind staat.

Langs de Friese en Groningse waddenkust werd eeuwenlang land gewonnen op de zee. Rijsdammen als deze temden het water, vertraagden de stroom en lieten het slib bezinken. Zo groeide stukje bij beetje nieuw land. Achter deze verweerde palen beginnen de Peazemerlânnen – stil, uitgestrekt, en ooit op de zee veroverd …

Dit keer hield de zee zich rustig. Er hing weinig in de palen: wat rafelig nylon, een zwaar touw dat zich koppig had vastgezet in de bodem. Maar wat ontbreekt aan aanspoelsels, wordt ruimschoots goedgemaakt door het hout zelf, doorleefd, getekend, en nog altijd vol karakter …

Dag na dag, jaar na jaar, blijft de zee nemen wat ze ooit gaf. De palen verliezen hun kracht, langzaam maar onvermijdelijk. Hier valt een splinter weg, daar bezwijkt een paaltje. Tot de samenhang verdwijnt en er open plekken ontstaan als stil bewijs van een strijd die nooit echt stopt …

De labrador en de vrouw

Aan de andere kant van de dijk daalden we langzaam weer af. Aan de voet van de dijk gingen onze wegen uiteen. Jetske liep meteen door naar het begin van de oude palenrij. Zelf liep ik eerst een stukje parallel aan de palenrij over het deels verharde paadje. Het heldere weer maakte dat Schiermonnikoog duidelijk afgetekend stond tegen de horizon. Net als de veerboot, die onderweg was van Schiermonnikoog naar Lauwersoog …

De belangrijkste attractie van Peazens-Moddergat is voor mij al jarenlang de oude palenrij, die zich ruim 400 uitstrekt in het Wad. Terwijl ik mijn ogen en mijn camera langs de palenrij liet gaan, verscheen er op een bepaald moment een zwarte hond in beeld. Zo te zien was het een labrador, een mooie gitzwarte labrador-retriever met de Friese vlag aan zijn tuigje. Aan een lange lijn volgde er op enige afstand een vrouw die goed kleurde bij de hond. Samen verdwenen ze in de verte …

Voor mij was dat het sein om me weer eens wat dichter bij de oude palenrij te wagen …

De dijk op

We besloten het over een andere boeg te gooien. Met de vogels viel het in deze hoek van Fryslân nogal tegen, maar dat hoefde de dag niet te bederven. Ik stelde voor om naar het amper tien kilometer verderop gelegen Peazens-Moddergat te rijden, om daar te genieten van het landschap en de zeelucht …

Peazens-Moddergat is eigenlijk bij elk weertype de moeite waard. Alleen dat ene nadeel — twee keer die hoge, steile zeedijk over — hoort er nu eenmaal bij. Geen gemopper, ik had het tenslotte zelf voorgesteld. Dus stapte ik fier achter Jetske aan, langs het hek. We hadden ook via de trap verderop in het dorp kunnen lopen, maar dat was bijna honderdvijftig meter omlopen, en dat zou mijn onderdanen misschien niet in dank afnemen.

Eenmaal op de kruin van de dijk waaide de zilte zeelucht ons zachtjes tegemoet. Voor ons lag het weidse Wad, stil en glinsterend, met in de verte Schiermonnikoog als een vage streep aan de horizon. Jetske had de vaart erin; ze tilde haar cameratas al over het hek halverwege de dijk toen ik nog stond te genieten van het uitzicht …

Morgen meer van dit moois

De earste tsjirken

Het was wat tegengevallen met de vogels tot nu toe, maar we lieten ons niet uit het veld slaan. Het Lauwersmeergebied is groot, heel groot. Daarom besloten we nog even naar Ezumakeeg Zuid te rijden, bijna twee km zuidelijker. Onderweg passeerden we voor de tweede maal die dag het naampaneel van Nationaal Park Lauwersmeer

Terwijl we stapvoets in zuidelijke richting reden, zagen we na enige tijd links van de weg een paar vogels half in het water staan. “Dat lijken me tureluurs,” zei Jetske, terwijl ze mijn camera van de achterbank pakte en me die aanreikte. Ik had de auto intussen laten uitrollen. Door het tegenlicht viel het nog niet eens mee om er een mooie foto’s van te maken, maar ik was tevreden. “Jawis,” antwoordde ik, toen ik de foto’s op het schermpje had bekeken, “dat binne myn earste tsjirken fan it jier …”

Jetske had minder geluk. Na onze vorige stop had ze haar camera’s enigszins onnadenkend allebei in de kofferruimte gelegd. Nadat ze mij mijn camera had gegeven, opende ze voorzichtig het rechter portier om gebukt naar de achterkant van de auto te kunnen lopen. Dat was echter al wat te veel van het goede. De vogels vlogen kort op om een stukje verderop tijdelijk op een zandbankje te gaan zitten. Daarna verdwenen ze uit zicht …

Dat was voor ons het sein om ook weer verder te gaan …

Ver weg, heel ver weg

Van de Eanjemumerkolken was het maar een kleine 2 km rijden naar het uitkijkpunt bij Ezumakeeg Noord (kaart OpenStreetMaps) aan de westkant van het Lauwersmeergebied. Het was er rustig. Er stonden een paar auto’s op het parkeerplaatsje, en er stonden en zaten ook maar enkele vogelliefhebbers op de uitkijkheuvel …

En dat was nog niet alles, ook op het water leek het uitgestorven te zijn. Alleen door maximaal in te zoomen waren er op grote afstand wat vogels te zien. Ook hier leken het vooral grutto’s te zijn. Dat is het nadeel van dit gebied, doordat het zo immens groot is, zitten de meeste vogels ver weg. Alleen een paar slobeenden vlak achter de rietkraag lieten zich wat beter zien …

Maar er was nog hoop …

Via de Mieden naar de Kolken

Nadat we ons de koffie met appeltaart hadden laten smaken en Aafje ons had uitgewuifd, besloten Jetske en ik vorige week dinsdag weer eens een ritje in noordoostelijke richting te maken. Het zou zonde zijn om daarbij niet even te stoppen in de Surhuizumermieden …

De grutto’s stonden nog steeds hoofdzakelijk in een grote groep bij elkaar in en aan het water. Dankzij het heldere zonnige weer waren de grutto’s al een stuk mooier en beter te zien dan bij mijn vorige bezoek. Maar actie viel er verder niet te bespeuren …

Van de Surhuizumermieden zetten we koers naar het Lauwersmeergebied. Nadat we onderweg een afslag hadden gemist en rechtsomkeert hadden gemaakt, kwamen we per ongeluk terecht bij de Eanjumerkolken ten westen van het Lauwersmeergebied …

De Eanjumerkolken is een kleinschalig natuurgebied van 141 hectare bij het dorp Anjum. Het gebied wordt beheerd door It Fryske Gea, de provinciale vereniging voor natuurbescherming. Met twee cultuurhistorische elementen in de vorm van eendenkooien en de verspreid liggende drinkdobben, is het een uniek gebied. De Eanjumerkolken is niet vrij toegankelijk, maar laat zich goed bewonderen vanaf de omringende wegen …

Omdat wij niet meer te zien kregen dan grote groepen brandganzen die de omringende hooilanden bevolkten, besloten we verder te gaan …