1799
Uiterlijk
| 1799 | ||
| Eeuwen: | 17e eeuw · 18e eeuw · 19e eeuw | |
| Decennia: | 1780-1789 · 1790-1799 · 1800-1809 | |
| Jaren: | << · < · 1798 · 1799 · 1800 · > · >> | |
| Ab urbe condita: | 2552 MMDLII | |
| Armeense jaartelling: | 1248 – 1249 ԹՎ ՌՄԽԸ – ՌՄԽԹ | |
| Chinese jaartelling: | 4495 – 4496 乙午 – 丙未 | |
| Christelijke jaartelling: | 1799 MDCCXCIX | |
| Ethiopische jaartelling: | 1791 – 1792 | |
| Hebreeuwse jaartelling: | 5559 – 5560 | |
| Hindoekalenders: | ||
| - Vikram Samvat | 1854 – 1855 | |
| - Shaka Samvat | 1721 – 1722 | |
| - Kali yuga | 4900 – 4901 | |
| Iraanse jaartelling: | 1177 – 1178 ۱۱۷۷ – ۱۱۷۸ | |
| Islamitische jaartelling: | 1213 – 1214 ١٢١٤ – ١٢١٣ | |
| Maçonnieke jaartelling: | 5798 – 5799 | |
| Lijst van landen | ||

Het jaar 1799 is het 99e jaar in de 18e eeuw volgens de christelijke jaartelling.
Gebeurtenissen
[bewerken | brontekst bewerken]- januari
- 6 - Het Engelse oorlogsschip HMS Apollo zinkt, nadat het door een navigatiefout is gestrand op de ondieptes bij de Razende Bol.
- 11 - Franz Carl Achard vraagt subsidie aan de regering van Pruisen voor het winnen van suiker uit de beetwortel. Koning Frederik Willem II van Pruisen kent hem 50.000 thaler toe.
- 15 - De Bataafse Republiek neemt het beheer over de posterijen over.
- februari
- 7 tot 12 - Er is watersnood in het groterivierengebied. Landerijen hebben veel te lijden van kruiend ijs langs de Rijn, maar meer nog langs de Waal. Dijkdoorbraak bij het dorpje Doornik tussen Bemmel en Lent. Daarbij gaan alle achttien huizen en de kerk verloren. 17 mensen verdrinken.
- 9 - - Het Amerikaanse fregat USS Constellation maakt het Franse fregat "L' Insurgente", het snelste schip van de Franse marine en bewapend met 28 kanonnen, buit.
- 10 - Napoleon Bonaparte leidt een Frans expeditieleger (ongeveer 14.000 man) richting Palestina. Het leger is georganiseerd in vier divisies en een cavaleriebrigade (800 man) onder leiding van generaal Joachim Murat. De Franse troepen worden ondersteund door artillerie en genie-troepen. Napoleon stuurt de belegeringsartillerie met lichte schepen naar Gaza.[1]
- 16 - Met de dood van Karel Theodoor, de keurvorst van Beieren en de Palts, sterft het huis Palts-Sulzbach uit. De nieuwe keurvorst is de hertog van Palts-Zweibrücken, Maximiliaan I Jozef.
- 17 - Napoleon Bonaparte bereikt El-Arish, dat verdedigd wordt door een Ottomaans garnizoen (ongeveer 3.000 man). Franse troepen onder leiding van generaal Jean-Louis Reynier bestormen tevergeefs het fort. Bij de tweede poging slaagt generaal Jean-Baptiste Kléber met zijn troepen er evenmin in de stad te veroveren. Pas twee dagen later, wanneer Napoleon al zijn artillerie heeft verzameld en een massaal bombardement op het fort uitvoert, geven de Ottomanen zich over. De overgebleven Ottomaanse troepen (ongeveer 900 man) worden ontwapend en vrijgelaten, nadat ze hebben gezworen niet langer tegen de Fransen te zullen vechten.[2]
- maart
- 3 - Napoleon Bonaparte begint met de belegering van Jaffa. Hij stuurt twee Franse officieren naar de Ottomaanse gouverneur met een aanbod om de versterkte havenstad over te geven. De Franse bemiddelaars worden hartelijk ontvangen, maar later zien de Fransen vol afschuw hun afgehakte hoofden gespietst op palen. Napoleon geeft bevel om de stadsmuren voor vijf uur te beschieten. In de middag wordt de eerste bres geslagen en Franse troepen van de 22e Demi-Brigade onder leiding van generaal Jean Lannes bestormen de stad. Ondertussen voeren andere Franse troepen een afleidingsmanoeuvre uit aan de westkant van de stad en ontdekken ze een verborgen ingang in de stadsmuur. De Fransen overrompelen de Ottomanen – die zich terugtrekken in het fort. Hierna volgt een van de meest gruwelijke episodes van de Franse veldtocht. Franse soldaten beginnen een massaslachting voor 24 uur onder de inwoners van de stad. Na vier dagen geeft het Ottomaanse garnizoen zich over; de Fransen nemen 2.100 man krijgsgevangen.[3]
- 8 - Napoleon Bonaparte roept een militaire raad bijeen om te beslissen over het lot van de ruim 2.000 Ottomaanse krijgsgevangenen. Hij wil de last van het voeden van de gevangenen niet op zich nemen en vreest dat als ze in leven blijven, ze zich bij het Ottomaanse leger zullen aansluiten. Napoleon geeft bevel dat 20 Ottomaanse officieren niet geëxecuteerd zullen worden; de rest van de gevangenen, de meesten Albanezen, wordt aan de kust ten zuiden van Jaffa doodgeschoten of met bajonetten doodgestoken. Het bloedbad duurt drie dagen om de taak te volbrengen.[4]
- 11 - Napoleon Bonaparte bezoekt in Jaffa een ziekenhuis in het Sint-Nicolasklooster, waar zieke en gewonde Franse soldaten zijn ondergebracht. Hij probeert met dit bezoek zijn imago te verbeteren na geruchten over de executie van duizenden krijgsgevangenen en tracht ook het moreel van de soldaten te versterken. Napoleon helpt (volgens getuigen) zieke soldaten die met builenpest zijn besmet te verplaatsen.[5] Dit is zeker niet zonder risico, want de pestlijders kunnen de ziekte aan iedereen overdragen.
- 18 - Napoleon Bonaparte arriveert met een Frans expeditieleger (ongeveer 12.000 man) buiten de stadsmuren van Akko en geeft zijn troepen orders zich in te graven. Er wonen 12.000 inwoners in Akko en de vestingstad wordt verdedigd door een Ottomaans garnizoen bestaande uit 5.000 soldaten met 250 kanonnen onder bevel van gouverneur Ahmed Pasja al-Jezzar ("de Slachter"). De belangrijkste vestingwerken zijn gebouw tijdens de kruistochten. De Britse marine (twee linieschepen) onder leiding van admiraal Sidney Smith bewaakt de haven en zorgt ervoor dat versterkingen kunnen worden aangevoerd.[6]
- 28 - Napoleon Bonaparte geeft het bevel aan de Franse artillerie om het vuur te openen op de stadsmuren van Akko. De kanonnen slaan een kleine bres in de muren, maar worden vervolgens overweldigd door tegenvuur. Veertig kanonniers sneuvelen en alle kanonnen op drie na worden uitgeschakeld. Napoleon voert een aanval uit en laat Franse troepen met ladders de stadsmuren bestormen, maar een diepe greppel breekt de aanval af. Iedereen die achterblijft, loopt het risico onthoofd te worden, Ahmed Pasja al-Jezzar ("de Slachter") heeft een beloning uitgeloofd voor elk Frans hoofd dat ze inleveren. Ondertussen landt Sydney Smith met ongeveer 800 Britse mariniers om het Ottomaanse garnizoen te versterken.[7]
- 30 - Franse troepen slaan een Ottomaanse uitval af en brengen de Ottomanen zware verliezen toe. Napoleon Bonaparte beveelt de 32e Demi-Brigade een tegenaanval uit te voeren. Jean-Baptiste Kléber leidt een aanval en drijft de Ottomanen met een bajonetaanval terug de stad in. De belegering van Akko loopt vast. Napoleon wacht op aankomst van zwaardere artillerie uit Alexandrië – voordat hij een nieuwe aanval begint. Ondertussen gaan de belegeringswerken door; de door de Fransen gegraven loopgraven hebben de stadsmuren bijna bereikt. De voorbereidingen voor de beslissende aanval op Akko worden onderbroken door de dreiging van een Ottomaans leger (ongeveer 40.000 man), die uit Damascus oprukt om Akko te ontzetten.[8]
- april
- 11 - Met de dood van de laatste burggraaf van Kirchberg is de regerende dynastie in het graafschap Sayn-Hachenburg uitgestorven. Het graafschap wordt geërfd door Nassau-Weilburg, door het huwelijk van vorst Frederik Willem met Louise van Sayn-Hachenburg.
- 16 - Franse troepen (ongeveer 2.000 man) onder bevel van Jean-Baptiste Kléber voeren een gewaagde nachtelijke aanval uit op een Ottomaans legerkamp bij de Taborberg. Kléber onderschat de lange mars en bereikt de vlakte bij de Taborberg om 6 uur 's ochtends. Het Ottomaanse leger, bestaande uit ongeveer 10.000 soldaten en 20.000 ruiters, wordt gealarmeerd. Kléber's divisie vormt twee verdedigende infanterieformaties (carrés) en houdt, onder een brandende zon, de Ottomaanse cavalerie tien uur lang op afstand. Echter, de Franse troepen raken door hun munitie heen en hebben dringend versterkingen nodig. Wanhopig bereidt Kléber zich voor om de artillerie achter te laten en een een uitbraak te forceren. Ondertussen leidt Napoleon Bonaparte Franse troepen (ongeveer 3.000 man) in een geforceerde mars om Kléber te hulp te schieten. Hij valt met de 18e en 32e demi-brigade de Ottomaanse achterhoede aan. Het legerkamp wordt overrompeld en het merendeel van de Ottomaanse troepen (bestaande uit burgermilities) slaat op de vlucht. In de chaos verliezen de Ottomanen naar schatting 6.000 man en ongeveer 500 soldaten worden gevangengenomen. Napoleon verliest minder dan 300 soldaten en vernietigt het Ottomaanse leger.[9]
- 21 - Graubünden wordt opgenomen in de Helvetische Republiek, de gecentraliseerde Zwitserse eenheidsstaat. Graubünden (Drei Bünden) krijgt de naam kanton Rätien, maar bezit geen autonomie.
- 25 - Franse troepen zetten de voorbereidingen voort voor een tweede aanval op Akko. Genisten brengen een mijn onder een van de torens tot ontploffing, waarna de artillerie het vuur opent en de stadsmuren ernstig beschadigt. Napoleon Bonaparte geeft orders voor een onmiddellijke aanval, maar de Fransen komen onder hevig vuur te liggen en moeten zich terugtrekken. In de daaropvolgende dagen vindt er een ware slachting plaats voor de muren van Akko. Tijdens het beleg breekt de builenpest uit in het Franse legerkamp, in de komende weken breidt de epidemie zich uit naar honderden slachtoffers. Napoleon probeert een wapenstilstand te sluiten om de doden te begraven, maar Ahmed Pasja al-Jezzar ("de Slachter") weigert dit voorstel.[10]
- april - Joséphine de Beauharnais, de vrouw van Napoleon Bonaparte, koopt van geleend geld het Kasteel van Malmaison.
- mei
- 4 - In de Slag bij Seringapatam wordt de stad Srirangapatna, na een belegering van een maand, bestormd door Britse troepen onder leiding van Arthur Wellesley, de latere hertog van Wellington. Tipu Sultan, de "Tijger van Mysore", sneuvelt in deze veldslag, die het einde van het koninkrijk Mysore betekent.
- 7 - 9 - Napoleon Bonaparte ontvangt de belegeringsmortieren – die wekenlang onderweg zijn geweest vanuit Alexandrië. Zonder een moment te verspillen, openen de Fransen de volgende dag hun zware kanonnen en bestormen opnieuw de vestingsmuren van Akko. Franse troepen breken door de Ottomaanse verdediging en vechten zich moeizaam een weg naar het centrum in Akko. De felle tegenaanvallen van de Britse mariniers en Ottomaanse troepen drijven de Fransen terug. Tijdens de aanval raakt Jean Lannes gewond in zijn nek en moet in veiligheid worden gebracht. Uiteindelijk, na 20 uur van onafgebroken vechten, moeten de Fransen het bezette deel van de stad opgeven. Bij zonsopgang lanceren de Ottomanen, met de aankomst van versterkingen, een massale uitval; ruim 5.000 soldaten nemen deel aan deze aanval. De Ottomanen heroveren opnieuw de gehavende stadsmuren en breken door tot de derde verdedigingslinie, maar de Franse troepen weten de opmars te stoppen.[11]
- 10 - Napoleon Bonaparte onderneemt een laatste poging om Akko aan te vallen. Hij stuurt drie divisies onder leiding van zijn generaals Jean-Baptiste Kléber, Jean-Louis Reynier en Joachim Murat, om de stad te veroveren. Kléber leidt een aanval en probeert bij een opening in een van de beschadigde stadsmuren een doorbraak te forceren. Napoleon, die de aanval vanuit een voorpost observeert, wordt door een kanoninslag omvergeworpen. Uiteindelijk, na hevige verliezen, geeft hij orders de Franse troepen terug te trekken.[12]
- 21 - Napoleon Bonaparte breekt de belegering van Akko af en geeft het leger de opdracht de 480 kilometer lange mars terug naar Egypte te beginnen. De grootste zorg is de evacuatie van de gewonden. Op zijn bevel moet iedereen die kan lopen, ongeacht zijn rang, te voet verdergaan. Alle paarden, kamelen en muilezels worden uitsluitend gebruikt voor het vervoer van de gewonden. De Fransen nemen ongeveer 1.200 gewonden en zieken mee – artillerie en munitie moeten achterblijven. Onderweg naar Jaffa, geeft Napoleon opdracht drie verzamelplaatsen te organiseren voor de evacuatie van de pestlijders. Een overzee naar Damietta, een over land naar Gaza en El Arish. Tijdens de terugtocht plunderen de Fransen de gebieden waar ze doorheen trekken, waarbij al het vee, gewassen en huizen worden vernield. Napoleon laat ongeveer 50 soldaten, die door de builenpest ongeneeslijk ziek zijn, euthanasie plegen (door een overdosis laudanum). Het zijn genadedodingen, de slachtoffers zouden veel erger hebben geleden onder de Ottomanen. Na twee weken bereikt het uitgeputte Franse expeditieleger de Egyptische grens. Napoleon verliest tijdens de veldtocht in Syrië en Palestina ongeveer 5.000 soldaten (2.300 doden en 2.200 gewond of ziek).[13]
- 22 - Toussaint Louverture beheerst de toestand in Haïti en sluit handelsverdragen met de Britten en Amerikanen.
- 25 - Een Frans schip strandt bij Noordwijk. De bemanning probeert per sloep het schip te verlaten, maar verdrinkt: 5 doden.
- juni
- 14 - Napoleon Bonaparte arriveert in Caïro na 25 dagen marcheren. De terugkeer wordt gevierd met een triomftocht en festiviteiten in de hele stad, georganiseerd door Napoleon zelf. Hij wil de bevolking laten zien dat zijn veldtocht tegen de Ottomanen succesvol is geweest. Echter, dit is een vertekend beeld naar de buitenwereld. De terugkeer van Napoleon versterkt het verzet onder de lokale bevolking en draagt later bij aan de opkomst van Mohammed Ali, gouverneur van Egypte.[14]
- juni - De Sanfedisti, een boerenleger bijeengebracht door kardinaal Ruffo, bevrijdt Calabrië van de Fransen en herstelt het koninkrijk Napels.
- juli
- 7 - De leider van de Sikhs Ranjit Singh neemt de stad Lahore in.
- 14 - Een Britse vloot onder leiding van Sidney Smith, bestaande uit 60 schepen, landt met een Ottomaans leger (ongeveer 15.000 man) bij Aboekir. De Ottomaanse troepen overrompelen een legerkamp van 300 Franse soldaten en slachten hen af. De Ottomanen belegeren het fort van Aboekir, wat wordt bemand door enkel 35 Franse soldaten. De Fransen geven zich drie dagen later over. Kort daarna wordt het schiereiland veroverd en wapperen er spoedig Ottomaanse vlaggen op de fortificaties.[15]
- 15 - Napoleon Bonaparte bezoekt samen met wetenschappers de Piramide van Cheops, genoemd naar farao Cheops. In de middag ontvangt hij bericht van Auguste de Marmont, militair gouverneur van Alexandrië, dat een Anglo-Ottomaanse vloot voor de kust van Aboekir is aangekomen en ruim 10.000 troepen heeft ontscheept. Napoleon geeft Joachim Murat orders de achtervolging van Murad Bey te staken en zich te verzamelen bij Damanhur, dat 65 kilometer ten zuiden van Aboekir ligt. Jean-Baptiste Kléber moet met zijn divisie vanuit de oostelijke Nijldelta naar Damanhur vertrekken. Generaal Louis Desaix en Jean Lannes moeten met hun divisies de Nijl afmarcheren, om een reserve te vormen voor het geval het Ottomaanse leger naar Caïro oprukt. Ondertussen vertrekt Napoleon met de rest van de Franse troepen uit Caïro naar Damanhur, waardoor de hoofdstad alleen nog wordt verdedigd door lokale Egyptische milities. Napoleon geeft Marmont het bevel om met 1.200 Franse troepen in Alexandrië te blijven.[16]
- 19 - Franse genietroepen bezetten een verlaten Ottomaans fort, gelegen aan de westoever van de rivier de Nijl (nabij Rosetta). Ze beginnen met de restauratie van het fort en hernoemen het "Fort Julien". Tijdens de werkzaamheden wordt een stele van zwart graniet opgegraven. De Steen van Rosetta genaamd heeft een tweetalige tekst en is voorzien van drie verschillende geschriften. De tekst op de steen is een dankbetuiging van de priesters van Memphis aan koning Ptolemaeus V Epiphanes (zie: 196 v.Chr.).[17]
- 25 - Napoleon Bonaparte stelt zijn leger (ongeveer 10.000 man) bij Aboekir in slagorde op en geeft orders voor een frontale aanval. De Franse troepen vallen de Ottomaanse stellingen aan en breken door de eerste verdedigingslinie (bezet door 5.000 man), die nog niet voltooid is. De Franse cavalerie (ongeveer 1.000 ruiters) onder leiding van Joachim Murat trekt om de Ottomaanse rechterflank heen om deze af te snijden. Ingesloten door de zee, de verdedigers raken in paniek en vluchten het water in, in de hoop de schepen voor de kust te bereiken. Duizenden verdrinken of worden gevangengenomen. De tweede verdedigingslinie (bezet door ongeveer 8.000 man) blijkt moeilijker te doorbreken. Wanneer de Fransen zich moeten terugtrekken, verlaten overmoedige Ottomaanse troepen hun stellingen om hen te achtervolgen. Hierop grijpt Murat zijn kans, hij stormt met de cavalerie naar voren. De tweede verdedigingslinie wordt overrompeld, Murat rukt op naar het Ottomaanse legerkamp en, ondanks een schotwond in zijn gezicht, stormt hij de tent van de Ottomaanse leider Mustafa Pasha binnen en neemt hem gevangen. Slechts 3.000 Ottomaanse troepen verschansen zich in het fort van Aboekir. Ze geven zich na 8 dagen over. Het Ottomaanse leger wordt vernietigd, terwijl Napoleon niet minder dan 1.000 doden en gewonden verliest. Op het slagveld veroveren de Fransen 100 Ottomaanse vaandels, 32 kanonnen en ongeveer 400 paarden.[18]
- juli - Een internationale commissie komt in Parijs tot de bepaling van de meter.
- augustus
- 11 - Napoleon Bonaparte ontvangt in Caïro berichten over een crisis in Europa. Een Tweede Coalitieoorlog breekt uit tegen Frankrijk, onder leiding van Groot-Brittannië, Oostenrijk, Rusland en Turkije. Een Brits-Russisch expeditieleger is Nederland binnengevallen, een Oostenrijks-Russisch leger heeft Zwitserland bezet. Een Turks-Russische vloot heeft Corfu ingenomen en een ander Oostenrijks-Russisch leger is opgerukt in Noord-Italië. Alles wat Napoleon twee jaar eerder heeft veroverd, is daarmee tenietgedaan. Frankrijk staat naar verluidt op de rand van een economische ineenstorting en het royalistische sentiment is hooggespannen.[19]
- 23 - Napoleon Bonaparte gaat in de avond aan boord van het Franse fregat "Muiron" nabij Alexandrië. Met een klein gevolg, waaronder Alexander Berthier, Auguste de Marmont, Jean Lannes en Joachim Murat, keert hij terug naar Frankrijk. Aan zijn troepen laat hij slechts een korte proclamatie achter: "Soldaten, het nieuws uit Europa heeft mij gedwongen terug te keren naar Frankrijk. Ik laat generaal Kléber achter als bevelhebber van het leger. Jullie zullen spoedig nieuws van mij ontvangen. Het doet mij veel pijn – soldaten waaraan ik zo sterk gehecht ben – achter te laten, maar deze afwezigheid zal slechts tijdelijk zijn". Napoleon vervolgt zijn reis langs de Afrikaanse kust en duurt 41 dagen. Onderweg brengt hij voor het laatst een bezoek aan Corsica en Ajaccio, zijn geboorteplaats.[20]
- 27 - Slag bij Callantsoog: Een Brits expeditieleger (12.000 man) onder leiding van generaal Ralph Abercromby gaat aan land bij Callantsoog (in de kop van Noord-Holland). Ondanks hevige tegenstand door Bataafs-Nederlandse troepen onder leiding van generaal Herman Willem Daendels weten de Britten een bruggenhoofd te vestigen en de Bataafse troepen tot terugtrekking te dwingen. In Den Helder worden een aantal linieschepen en de inhoud van het vlootarsenaal in beslaggenomen. De Britse verliezen zijn 74 doden (waaronder 20 man die zijn verdronken) en 376 gewonden. Aan Nederlandse zijde zijn 127 doden en 950 gewonden te betreuren.[21]
- 29 - Paus Pius VI, met het langste pontificaat van de Rooms-Katholieke Kerk, overlijdt in ballingschap in de citadel van de Franse stad Valence, na een regeerperiode van 24 jaar.
- 30 - Vlieter-incident: Een Nederlands eskader wordt in de Vlieter tijdens de Brits-Russische inval in Noord-Holland, door de Britse vloot tot overgave gedwongen (zonder dat er ook maar een enkel schot gelost wordt). Het eskader onder leiding van schout-bij-nacht Samuel Story omvat een groot deel van de Bataafse vloot. De Britten nemen 12 schepen inbeslag: waaronder het vlaggenschip "Washington", zeven linieschepen en vier fregatten.[22]
- september
- 1 - In New York wordt de Bank of Manhattan Company geopend.
- 5 - Een Prinsgezind legertje onder aanvoering van August Robert van Heekeren, heer van Suideras, trekt vanuit Duitsland Winterswijk binnen, installeert er een nieuw stadsbestuur en trekt dan weer verder.
- 10 - Slag bij Krabbendam: Een Brits-Russisch expeditieleger (23.000 man) onder bevel van Ralph Abercromby weet bij Krabbendam een tegenaanval van Franse- en Bataafs-Nederlandse troepen (25.000 man) af te slaan.
- 14 - Het prinsgezinde legertje trekt op naar Zutphen. De departementen van de Nederlanden roepen in Bredevoort de staat van beleg uit, en zenden 200 man van de nationale garde en 100 Franse soldaten tegen Van Heeckeren van Suideras.
- 19 - Slag bij Bergen: Franse- en Bataafs-Nederlandse troepen (30.000 man) weten bij Bergen de opmars van het Brits-Russische expeditieleger (20.000 man) te stuiten. De geallieerden verliezen ongeveer 4.000 man aan doden en gewonden.
- 25 en 26 - Franse troepen onder bevel van generaal André Masséna verslaan de Russen bij Zürich. Rusland moet zich uit de coalitie tegen Napoleon Bonaparte terugtrekken.
- 29 - De Tweede Romeinse Republiek, een marionettenstaat gevormd door het Franse leger nadat het de Pauselijke Staat heeft ontbonden en Rome heeft bezet, wordt 19 maanden na haar oprichting opnieuw opgeheven.
- oktober
- 2 - Slag bij Alkmaar: Franse- en Bataafs-Nederlandse troepen (25.000 man) onder bevel van generaal Guillaume Brune worden bij Alkmaar door het Brits-Russische expeditieleger (40.000 man) verslagen. Brune trekt zijn troepen terug naar een verdedigingslinie tussen Castricum en Monnickendam. De geallieerden veroveren een groot deel van Noord-Holland, maar de polders worden onder water gezet. Hierdoor kunnen de geallieerden geen voedsel inslaan en moeten ze hun bevoorrading over zee laten aanvoeren.[23]
- 6 - Slag bij Castricum: Franse- en Bataafs-Nederlandse troepen (20.000 man) onder leiding van Guillaume Brune behalen een beslissende overwinning bij Castricum. De opmars van de geallieerden wordt een halt toegeroepen en moeten zich na zware verliezen terugtrekken. Veel van de Britse en Russische soldaten zijn besmet door malaria. Ondertussen keert de plaatselijke bevolking zich tegen de geallieerden en het slechte weer zorgt ervoor dat de veldtocht niet verder doorgezet kan worden.
- 9 - Napoleon Bonaparte keert terug naar Frankrijk, vergezeld door een klein gevolg, en reist noordwaarts naar Parijs. Onderweg wordt hij begroet door een uitzinnige menigte, omarmd door hoogwaardigheidsbekleders en geëerd als een zegevierende held. Bij zijn terugkeer in Parijs neemt Napoleon zijn intrek in het huis van de familie Beauharnais aan de "Rue de la Victoire", vernoemd naar Napoleons overwinningen in Italië. Het Directoire bespreekt de desertie van Napoleon uit Egypte, maar is te zwak om hem te straffen.[24]
- 9 - Het Franse fregat "Lutine" wordt door de Engelsen buitgemaakt in de nacht van 9 op 10 oktober met een lading goud en zilver voor Hamburg vergaat tussen Vlieland en Terschelling. Alle 269 opvarenden komen daarbij om. Sindsdien hebben velen getracht het goud boven water te krijgen. De schat is echter onbereikbaar geworden omdat de "Lutine" steeds verder wegzakt.
- 10 - Conventie van Alkmaar: De geallieerden tekenen een wapenstilstand in Alkmaar. Hierin wordt de aftocht van de Engels-Russische troepen uit Noord-Holland geregeld.
- 18 - De Engelsen en Russen in Holland schepen zich in voor de terugtocht naar Groot-Brittannië.
- november
- 9 - Staatsgreep van 18 Brumaire: In de vroege ochtend ontmoet Napoleon Bonaparte zo'n 60 officieren die hij in zijn huis in Parijs heeft uitgenodigd. Hij deelt hen mee dat hij heeft besloten de republiek te redden en vraagt om hun steun. Ze betuigen hun loyaliteit tegenover hem met eedafleggingen. De belangrijkste man die hij moet overtuigen is generaal François Lefebvre, de militaire commandant van Parijs. Napoleon overhandigt hem de sabel die hij in de Slag bij de Piramiden heeft gedragen – als teken van zijn grote bewondering voor hem. Lefebvre is overtuigd en zegt: "Laten wij die verdomde advocaten in de rivier gooien". Om 7.00 uur komt de Raad van Ouden (het hogerhuis van het Franse parlement) bijeen, voor een ongeplande vroege zitting in het Tuilerieënpaleis. Ze nemen twee maatregelen aan: Ten eerste, Napoleon krijgt het bevel over het militaire district in Parijs, onder het voorwendsel van een niet-bestaand jakobijns complot. Ten tweede, moeten de leden de volgende dag verhuizen naar het Kasteel van Saint-Cloud, 8 kilometer ten westen van de stad. Dit, zo vertellen de samenzweerders, is voor hun eigen veiligheid – de Parijse burgers staan bekend om hun onvoorspelbare en gewelddadige interventies. Om 10 uur arriveert Napoleon bij de Tuilerieën en spreekt de Raad van Ouden toe: "Mijne heren, wij willen een republiek gebaseerd op vrijheid, op burgerlijke vrijheid en op een nationale vertegenwoordiging; die zullen wij krijgen. Ik zweer het!". Ondertussen, kondigt Emmanuel Sieyès in het Palais du Luxembourg zijn ontslag aan en adviseert de andere directeuren van het Directoire zijn voorbeeld te volgen. Paul Barras stemt in met zijn ontslag, in ruil voor een aanzienlijk bedrag aan smeergeld en de verzekering dat hij al zijn landgoederen mag behouden. De drie andere directeuren worden gedwongen af te treden en door generaal Jean Victor Moreau onder huisarrest geplaatst.[25]
- 10 - Napoleon Bonaparte rijdt met een klein gevolg naar het kasteel van Saint-Cloud. Daar ontmoet hij Joachim Murat, die net is bevorderd tot generaal van de divisie, wiens 6.000 Franse troepen het kasteel omsingelen. Officieel zijn ze daar om de raadsleden te beschermen. Maar wanneer de afgevaardigden arriveren (waaronder ook de jakobijnse raadsleden) voor de zitting van die dag – zijn ze niet blij dat ze de vorige dag van de vergadering waren uitgesloten. De raadsleden beseffen dat ze te maken hebben met een couppoging in plaats van bescherming tegen een jakobijnse opstand. Om 13.00 uur beginnen de Raad van Ouden en de Raad van Vijfhonderd (het Lagerhuis van het Franse parlement) met hun vergadering. Het plotselinge aftreden van de directeuren, de Franse troepen en de beweringen over een jakobijns complot, er is veel te bespreken. De samenzweerders hopen op een snelle stemming om een nieuwe voorlopige regering te vormen. Maar de voorzitters van beide raden hebben moeite om tot samenspraak te komen. Rond 16.00 uur stormt Napoleon de Raad van Ouden binnen. Zodra hij begint te spreken, wordt hij uitgescholden en bespot. Wanneer een afgevaardigde hem onderbreekt met de vraag: "En de grondwet dan?", schreeuwt Napoleon: "De grondwet? Jullie hebben eigenhandig deze zelf vernietigd!" Hij eist dat de raad onmiddellijk actie onderneemt en beschuldigt de raadsleden dat ze omgekocht zijn door de Britten. Deze slecht gekozen woorden lijken de situatie te escaleren. Napoleon wordt onder dwang uit de zaal gezet, terwijl hij roept: "Jullie zijn schurken. Ik laat jullie doodschieten als jullie niet gehoorzamen!" Hierop stormt hij woedend de gang in naar de Raad van Vijfhonderd, waar de voorzitter, zijn broer Lucien Bonaparte, alle zelfbeheersing kwijt is. Terwijl Franse grenadiers Napoleon beschermen wordt hij uitgescholden. "Weg met de tiran!", roepen ze. De menigte wordt agressiever, ze beginnen hem te duwen en te slaan. François Lefebvre en de grenadiers moeten Napoleon naar buiten begeleiden. Wanneer hij hoort dat Lucien in gijzeling is genomen door jakobijnse raadsleden, worden er grenadiers gestuurd om hem te bevrijden. Het nieuws over de gijzeling door de raadsleden maakt de kameraden van Napoleon woedend. Ze staan klaar om in te grijpen. Maar de grenadiers (400 man), belast met de bescherming van de raadsleden zijn niet overtuigd. Het is Lucien die het moment aangrijpt. Hij bestijgt een paard en kondigt aan: "Soldaten, een meerderheid van de raad wordt geterroriseerd door jakobijnse afgevaardigden, gewapend met dolken. Bandieten die ongetwijfeld zijn omgekocht door de Britten. Ik verklaar u dat deze waanzinnigen zichzelf vogelvrij hebben verklaard door hun aanvallen op de vrijheid van de raad!" Vervolgens trekt hij een sabel gericht op de borst van Napoleon. "Ik zweer u dat ik eigenhandig mijn broer zal doden, als hij ooit een aanval pleegt op de vrijheid van de Fransen!" Om 17.00 uur wordt het bevel gegeven, de grenadiers zetten hun bajonetten op en bestormen de Raad van Vijfhonderd, met Murat aan het hoofd. De raadsleden die overrompeld worden door de grenadiers, springen uit de ramen en laten in paniek hun attributen in de tuinen achter. Later die avond worden enkele afgevaardigden bijeengebracht om een 'restantenraad' te vormen. Samen met de Raad van Ouden keuren ze de voorgestelde maatregelen goed: de ontbinding van het Directoire. De vergaderingen van beide raden worden voor vier maanden verdaagd (hoewel ze nooit meer bijeen zullen komen). Er worden drie interim-consuls gekozen, Emmanuel Sieyès, Pierre Ducos en generaal Napoleon Bonaparte. Drie jaar en acht maanden nadat hij het bevel over het Franse leger in Italië heeft overgenomen, is Napoleon uitgegroeid tot een van de machtigste mannen in Frankrijk.[26]
- 10 - Het fregat "De Valk" vergaat bij Ameland, een van de grootste scheepsrampen uit de Nederlandse geschiedenis: 419 doden.
- 22 - Een aanhangster van het Oranjehuis wordt te Winterswijk door een soort burger-krijgsraad berecht, ter dood veroordeeld en standrechtelijk geëxecuteerd. Het betreft de 42-jarige Freule van Dorth.
- december
- 15 - Napoleon Bonaparte wordt eerste consul van Frankrijk.
- 28 - Napoleon Bonaparte biedt amnestie aan alle royalistische rebellen in de Vendée, wat bijdraagt aan de pacificatie van de regio en het vrijmaken van troepen.[27]
Datum onbekend
[bewerken | brontekst bewerken]- De eerste aanzet voor Scheepjes (merk) wordt gedaan.
Muziek
[bewerken | brontekst bewerken]- Ludwig van Beethoven componeert de Pianosonate nr.8 Pathétique Opus 13
- Antonio Salieri componeert de Proklamationsmesse in C gr.t.
Literatuur
[bewerken | brontekst bewerken]Publicaties in de Duitse taal
[bewerken | brontekst bewerken]- Het geschrift De christenheid of Europa van de dichter Novalis
- De ballade Das Lied von der Glocke van Friedrich von Schiller
- De roman Lucinde van Friedrich von Schlegel
Publicaties in overige talen
[bewerken | brontekst bewerken]Beeldende kunst
[bewerken | brontekst bewerken]- Los Caprichos (1799), Francisco Goya
- Britse landing bij Callantsoog (1799), Dirk Langendijk, National Maritime Museum, Greenwich
Bouwkunst
[bewerken | brontekst bewerken]- Boerderij met zadeldak, Ewijk (1799)
- Boerderij Broekhof, Slenaken (1799)
Geboren
[bewerken | brontekst bewerken]- januari
- 6 - Jedediah Smith, Amerikaans ontdekkingsreiziger (overleden 1831)
- maart
- 28 - Carl von Basedow, Duits arts (overleden 1854)
- mei
- 20 - Honoré de Balzac, Frans schrijver (overleden 1850)
- juni
- 3 - Elisabetta Fiorini Mazzanti, Italiaanse plantkundige, overleden 1879)
- 6 - Aleksandr Poesjkin, Russisch dichter (overleden 1837)
- juli
- 4 - Jean-Baptist Jules Bernadotte, de latere koning Oscar I van Zweden (overleden 1859)
- september
- 25 - Luisa Cáceres de Arismendi, Venezolaanse oorlogsheldin (overleden 1866)
- oktober
- 18 - Christian Friedrich Schönbein, ontdekker van ozon (overleden 1868)
- november
- 13 - Cornelis Th. van Meurs, Nederlands militair en politicus (overleden 1894)
- 19 - William Mackie, Brits pionier en magistraat in West-Australië (overleden 1860)
- december
- 22 - Nicholas Callan, Iers priester, wetenschapper en uitvinder (overleden 1864)
- datum onbekend
- Thomas Bannister - Brits militair en ontdekkingsreiziger in West-Australië (overleden 1874)
Overleden
[bewerken | brontekst bewerken]- april
- 19 - Pieter Hellendaal (68), Nederlands componist, organist en violist
- mei
- 5 - Abraham Bennet (49), Brits predikant en natuurkundige
- 18 - Pierre Beaumarchais (67), Frans schrijver
- juni
- 12 - Joseph Boulogne Chevalier de Saint-Georges (53), bijgenaamd De zwarte Mozart, Frans componist, violist en befaamd schermer
- augustus
- oktober
- 24 - Karl Ditters von Dittersdorf (60), Oostenrijks componist
- december
- 14 - George Washington (67), eerste president van de Verenigde Staten
- 31 - Jean-François Marmontel (76), Frans schrijver, dichter en encyclopedist
- datum onbekend
- Charles Gauzargues (~73), Frans componist
Zie de categorie 1799 van Wikimedia Commons voor mediabestanden over dit onderwerp.
Bronnen, noten en/of referenties
- ↑ Chandler, David (1966). The Campaigns of Napoleon. pp. 232–234. London: Macmillan. OCLC 4932949.
- ↑ Chandler, David (1966). The Campaigns of Napoleon, pp. 235–236. London: Macmillan. OCLC 4932949.
- ↑ Roberts, Andrew (2014). Napoleon: a life, p. 189. New York: Viking. ISBN 978-0-670-02532-9.
- ↑ Falk, Avner (2015). Napoleon Against Himself: A Psychobiography, p. 185. Pitchstone Publishing. ISBN 9781939578723.
- ↑ Zafran, Eric; Resendez, Sydney (1998). French Paintings in the Museum of Fine Arts, Boston: Artists born before 1790. Boston: Museum of Fine Arts Boston. p. 189. ISBN 0-87846-461-1.
- ↑ Zamoyski, Adam (2018). Napoleon: De man achter de mythe, p. 261. Uitgeverij Balans, Amsterdam. ISBN 978-94-600-3872-3.
- ↑ Falk, Avner (2015). Napoleon Against Himself: A Psychobiography, p. 190. Pitchstone Publishing. ISBN 9781939578723.
- ↑ McLynn, Frank (1997). Napoleon: Biography, pp. 191–192. London: Cape. ISBN 0-224-04072-3.
- ↑ Ryan, E. (2003). Napoleon's Shield & Guardian: The Unconquerable General Daumesnil, p. 82. Pen & Sword Books Limited. ISBN 978-1-78438-013-7.
- ↑ Falk, Avner (2015). Napoleon Against Himself: A Psychobiography, p. 195. Pitchstone Publishing. ISBN 9781939578723.
- ↑ Ryan, E. (2003). Napoleon's Shield & Guardian: The Unconquerable General Daumesnil, p. 85. Pen & Sword Books Limited. ISBN 978-1-78438-013-7.
- ↑ Chandler, David (1966). The Campaigns of Napoleon, p. 237. London: Macmillan. OCLC 4932949.
- ↑ Chandler, David (1966). The Campaigns of Napoleon, pp. 238–240. London: Macmillan. OCLC 4932949.
- ↑ McLynn, Frank (1997). Napoleon: Biography, pp. 197–198 London: Cape. ISBN 0-224-04072-3.
- ↑ Woodman, Richard (2014). The Sea Warriors: Fighting Captains and Frigate Warfare in the Age of Nelson, p. 122. Barnsley, South Yorkshire, England: Seaforth Publishing. ISBN 978-1-84832-202-8.
- ↑ Paul Strathern (2008). Napoleon in Egypt, p. 392. Internet Archive. Bantam Dell. ISBN 978-0-553-80678-6.
- ↑ Shaw, Ian; Nicholson, Paul (1995). The Dictionary of Ancient Egypt, p. 247. Harry N. Abrams. ISBN 0-8109-9096-2.
- ↑ Chandler, David (1966). The Campaigns of Napoleon, pp. 242–243. London: Macmillan. OCLC 4932949.
- ↑ McLynn, Frank (2002). Napoleon: Biography, pp. 196–197. New York: Arcade. ISBN 978-1-55970-631-5.
- ↑ Rothenberg, Gunther E. (1999). The Napoleonic Wars. The Cassell history of warfare, p. 54. London: Cassell. ISBN 978-0-304-35267-8.
- ↑ Schama, S. (1977). Patriots and Liberators. Revolution in the Netherlands 1780-1813, pp. 278–279. New York, Vintage books, ISBN 0679729496.
- ↑ James, J. M. (2002) The Naval History of Great Britain: During the French Revolutionary and Napoleonic Wars. Vol. 2: 1797–1799, p. 306. Stackpole Books, ISBN 081171005X.
- ↑ Jones, Colin (2014). The Longman Companion to the French Revolution, p. 158. Taylor & Francis. ISBN 9781317870807.
- ↑ Connelly, Owen (2006). Blundering to Glory: Napoleon's Military Campaigns, p. 57. Rowman & Littlefield. ISBN 978-0-7425-5318-7.
- ↑ Doyle, William (1990). The Oxford History of the French Revolution, pp. 374–375. Oxford; New York: Oxford University Press. ISBN 978-0-1992-5298-5.
- ↑ Lefebvre, Georges (1964). The French Revolution, pp. 252–256. Vol. II: from 1793 to 1799.
- ↑ Crook, Malcolm (1998). Napoleon Comes to Power: democracy and dictatorship in revolutionary France, 1795-1804, pp. 75–77. Cardiff: University of Wales Press. ISBN 0-7083-1401-5.