Naar inhoud springen

Parijs

Uit WikiWoordenboek
demoniem
inwoner Parijzenaar
vrouwelijke inwoner Parijse (Parisienne)
bijvoeglijk Parijs
  • Pa·rijs
enkelvoudbezitsvorm meervoud
naamwoord ParijsParijs' -
verkleinwoord -- -

Parijs o

  1. (toponiem) de hoofdstad van Frankrijk
    • Ik ga graag naar Parijs op vakantie. 
     Ze voelde haar mond opengaan, maar haar vader was haar voor, 'We moeten ermee naar Parijs,' zei Harold.[1]
     Frankrijk en de Europese Unie willen op grote schaal wetenschappers uit het buitenland, en met name uit de Verenigde Staten, aantrekken. Daarvoor stellen ze samen 600 miljoen euro beschikbaar. President Macron en Commissievoorzitter Von der Leyen maakten dat in Parijs bekend op een internationaal congres over wetenschappelijk onderzoek, 'Choose Europe for Science'.[2]
stellendvergrotendovertreffend
onverbogen ParijsParijserParijst
verbogen ParijseParijsereParijste
partitief ParijsParijsers-

Parijs

  1. (demoniem) gerelateerd aan of afkomstig uit Parijs
  1. Jessie Burton vert. Marja Borg
    “De muze” (2017), Luitingh-Sijthoff op Wikipedia, ISBN 9789024574704
  2. Bronlink geraadpleegd op 6 mei 2025 Weblink bron
    Frank Renout
    “Europa: 600 miljoen euro om Amerikaanse wetenschappers aan te trekken” (5 mei 2025), NOS