Posts tonen met het label kinderen. Alle posts tonen
Posts tonen met het label kinderen. Alle posts tonen

maandag 31 oktober 2011

Zeven onmogelijke vragen aan Marcel van Driel

Marcel van Driel noemt zich werelddromer, kinderboekenschrijver, creatief brein, weggever, vader van twee kinderen en echtgenoot van Tanja. Zijn dagen bestaan uit schrijven, school- en bibliotheekbezoeken, workshops geven en ervoor zorgen dat zijn kinderen een fijne jeugd hebben.
Zeven onmogelijke vragen (9)
Vraag een creatieve persoon nooit waar zijn ideeën precies vandaan komen, want daar is 'onmogelijk antwoord op te geven'. Toch ga ik die uitdaging aan. In deze serie leg ik zeven vragen voor aan kunstenaars, ontwerpers, ideeënmakers en andere 'creatieven' over hun creativiteit en inspiratiebronnen. In deze negende aflevering is het woord aan Marcel van Driel.
Image
1. Wat betekent creativiteit voor jou?
Creativiteit is voor mij vooral ruimte. Zodra ik ruimte in mijn hoofd heb, wordt deze automatisch opgevuld met verhalen en ideeën. Zodra ik ruimte in mijn agenda creëer, wordt deze gebruikt om de ideeën en verhalen uit te werken en op te schrijven.

2. Hoe doe je inspiratie op?
Inspiratie is als ademen. Dat gaat vanzelf en daar hoef ik niks voor te doen. Maar net zoals het soms handig is om even stil te staan bij het ademhalen, waardoor je meteen anders gaat ademen, is het soms handig om een wandeling te maken of een keer extra lang onder de douche te staan, om mijn pijlen te richten op één specifiek verhaal of idee, om het nog beter te maken.

3. Heb je routines of rituelen om je werk uit te voeren?
Als ik met een boek bezig ben, dan ben ik ’s morgens onder de douche heel specifiek bezig met het hoofdstuk waar ik die dag aan ga schrijven. Daardoor krijg ik vaak een paar extra ideeën (en soms ook zinnen) waardoor het stuk nog rijker wordt of nauwkeuriger aansluit bij de rest van het boek.

4. Wat is je meest favoriete werk dat je ooit gemaakt hebt?
Mijn laatste boek, Superhelden.nl, omdat dit het eerste boek is sinds ik tien jaar geleden begon met schrijven, wat het niveau van de boeken van mijn eigen helden benadert.

5. Wil je iets met je creatieve werk tot uitdrukking brengen?
In eerste instantie wil ik slechts mijn verhalen vertellen, zonder andere bedoelingen dan te vermaken. Dat is namelijk al lastig genoeg. Dat er in mijn boeken ook mijn inzichten over de wereld zitten, is echter geen bijzaak, ook al is het geen doel op zich.

6. Welke creatieve droom wil je nog eens tot uitvoering brengen?
Een tv-serie bedenken en co-creëren.

7. Wat is het beste advies dat je ooit gekregen hebt over creativiteit?
Geef niet op.

Image

Meer informatie:
Website: www.marcelvandriel.nl en www.superhelden.nl
LinkedIn: Marcelvandriel 
Twitter: @Marcelvandriel


Eerdere afleveringen in deze serie:
  1. Jan Willem van Swigchem 
  2. Alieke van der Wijk 
  3. Marleen Smit 
  4. Frank de Wit
  5. Marian Filarski 
  6. Anja de Crom
  7. Yoeke Nagel 
  8. Joris van Ooijen




Share/Save/Bookmark

vrijdag 24 juni 2011

De verborgen kracht van de wonderboom

ImageHet vaste voorleesboek van mijn zoon was uitgelezen. Omdat hij geen nieuw boek wist, beloofde ik hem zelf een verhaal te vertellen. “Wat dan?”, vroeg hij nieuwsgierig.

“Dat weet ik nog niet, maar ik bedenk vanzelf wel iets”, beloofde ik. “Waarover moet het gaan?” Het leuke is dat hij op dit soort vragen altijd een antwoord weet. “Over de wonderboom”, besloot hij.

Ik bedacht een verhaal over twee kinderen:

Joris en Isabelle maakten een boomhut om te kunnen spelen. Overal sleepten ze stukken hout vandaan voor hun bouwsel. Op het moment dat de hut eindelijk klaar was en ze in de hut zaten, ontdekten ze dat de boom kon praten. Eerst wilden ze het niet geloven, maar het was echt waar. De boom vertelde dat ze drie wensen mochten doen. Daarvoor moesten ze over een tak wrijven, net als bij de Wonderlamp van Aladin.
Isabelle wenste prompt dat ze nooit meer naar school hoefde. Maar die wens weigerde de wonderboom te vervullen. Daar deed hij niet aan. Joris wenste een spelcomputer. Daar kon de wonderboom wel voor zorgen.
Joris was er enorm blij mee.

“Hoe gaat het verhaal nu verder?”, vroeg ik aan mijn zoon. Met een scooter, zei hij. Okay, een scooter.

Isabelle wreef nogmaals over de tak en wenste een scooter. Die kreeg ze: floep, daar viel uit de boom een scooter in de hut, met een helm erbij en een bijbehorend rijbewijs. Maar de scooter was veel te zwaar voor de boomhut, dus hij zakte door de vloer. De hut die ze met zoveel moeite in elkaar gezet hadden, was helemaal kapot.
De moeder van Isabelle was niet blij met de scooter, want daar vond ze haar dochter veel te jong voor. Daarom verkocht ze Isabelles geschenk. Als troost kreeg Isabelle ook een spelcomputer.

Joris en Isabelle zaten allebei nu voortaan met hun spelcomputer te spelen. Buiten spelen deden ze bijna nooit meer.

Ik had er een wat droevig einde aan gebreid, wat ik niet voorzien had. Maar mijn zoon moest lachen. Zijn broer had net die dag een spelcomputer aangeschaft. “Dit verhaal lijkt wel over ons te gaan”, zei hij. “Maar wij gaan morgen weer buiten spelen hoor!”

Ik moest ook lachen. Ik had het gevoel dat dit verhaal krachtiger was geweest dan welke andere boodschap dan ook.

Meer inspiratieverhalen lezen?

donderdag 14 oktober 2010

Soepen zijn vloeibare vormen van magie

ImageWat hebben soep koken en ideeën maken met elkaar te maken? Meer dan je denkt! Ik schreef er een aantal stukjes over, die ik gebundeld heb in het Toversoepboek.

Soep is een mengsel van uiteenlopende ingrediënten, die al kokend tot en geheel nieuw, meestal uiterst voedzaam mengsel veranderen. Daarmee staat soep voor mij ook symbool voor losse invallen en ideeën, die langzaam maar zeker vorm krijgen en een eenheid gaan vormen. Tegelijkertijd is soep een goedje dat kan troosten, harten kan verwarmen en het brein laat fonkelen. Kortom, soepen zijn vloeibare vormen van magie.

De afgelopen jaren heb ik me door deze bijzondere eigenschappen van soep laten inspireren. Daaruit groeide een reeks stukken over creativiteit en ideeënvorming, zoals dit stuk over het soep koken van ideeënflarden.

Deze stukken heb ik gebundeld in het Toversoepboek. Ieder stukje gaat vergezeld van een recept voor een spannende soep, zoals Linke Soep en Bloemensoep. Onze kinderen Jasper en Niels hebben er bijpassende tekeningen bij gemaakt. Dat was het allerleukste onderdeel van het maken van dit boekje: zien hoe zij onmiddellijk met woorden als 'wolkensoep' en 'oersoep' uit de voeten konden.

Onlangs heb ik het Toversoepboek vernieuwd en voorzien van een nieuwe omslag. Je kunt het Toversoepboek bestellen als een gedrukt boekje of als download-exemplaar.
Bekijk hier de voorvertoning van het Toversoepboek.

Toversoepboek - Ideeënrecepten en soepideeën
door Sigrid van Iersel met illustraties van Jasper en Niels Boogers

Uitgave: Verhaallijnen 2010
Het boek is direct te bestellen bij uitgeverij Lulu.
Enkele voorproefjes van soep:

Share/Save/Bookmark

zondag 29 augustus 2010

Zo krijgt Jasper een idee

Image
Zoon Jasper (12) heeft zeven weken zomervakantie achter de rug. In dit interview vertelt hij hoe hij in zijn vrije tijd op ideeën komt.

Hoe kom jij op ideeën?
Soms heb ik een voorraadje met dingen die ik wil doen, soms niet. Ik denk dat er meestal wel ideeën in mijn hoofd zitten, maar dat ik er niet op kan komen. Daarom ga ik door het huis lopen en kijk wat ik tegen kom. Dat levert bijna altijd een paar dingen op. Meestal kies ik daarna wat ik het leukst vind.

Je bouwt graag. Hoe kom je daarvoor op ideeën?
Soms heb ik al helemaal in mijn hoofd zitten hoe het er uit moet zien en dan ga ik gewoon kijken waar ik het van ga bouwen. Voor mijn idee om een totempaal te maken heb ik eerst een boomstam gezocht en gereedschap, zoals een hamer, beitel en een vijl. Met de beitel en de vijl heb ik stukjes hout rondom de bobbels in de stam weggehaald, waardoor de bobbels groter lijken. In die vormen probeerde ik iets te ontdekken. Ik zag er ongeveer een gezicht in, dus dat lukte redelijk goed. Dat gezicht heb ik verder verduidelijkt door het hout weg te schaven.

Hoe bedenk jij pretparken die je met Roller Coaster bouwt op de computer?
Soms zet ik alle attracties dwars door elkaar, een andere keer leg ik eerst alle paden aan van het hele park en zet er daarna zoveel mogelijk attracties in. Ik kijk ook een beetje rond hoe ze in het echt pretparken bouwen. Bij Disneyland Parijs zag ik hoe het park in verschillende thema’s onderverdeeld was. Ik zag dat ze heel veel planten hadden en dat ze erg op de details letten, zoals bij fonteinen en beelden. Het is gemakkelijker als je met thema’s werkt. Als je decoraties van een bepaald onderwerp neerzet, benadruk je het thema en wordt het sfeervoller.

Ben jij creatief?
Redelijk. Ik weet niet altijd wat ik moet doen. Maar als ik wel iets weet, doe ik het ook en weet ik hoe ik het kan uitvoeren. Zo wist ik bij de totempaal hoe dik de paal moest zijn en welke gereedschappen ik nodig had.

Weet je ook hoe je de totempaal gaat afmaken?
Ik ga de totempaal schilderen om alle figuren op de paal sterker te benadrukken. Daarna ga ik hem lakken, zodat hij binnen en buiten kan staan.

Zijn ideeën belangrijk voor je?
Ja, want anders heb ik niets te doen. Het is leuk om ergens over na te denken en om dan iets met je handen te maken.


Verder lezen:


Share/Save/Bookmark

woensdag 11 augustus 2010

Zo krijgt Niels een idee

Image
Onze zoon Niels (9) hoort mij vaak zeggen dat ik iemand ga interviewen en wilde zelf ook wel eens meemaken hoe dat werkt. Omdat hij vaak ideeën heeft, interviewde ik hem voor dit blog.

Je hebt vaak ideeën, bijvoorbeeld voor stukjes voor je kookweblog. Hoe kom je daar aan?
Eerst had ik er niet zoveel, maar toen ik met mijn weblog begon, kreeg ik ze wel. Dat kwam omdat ik de ideeën op kon schrijven. Daarvoor wist ik nog niet waarvoor ik ideeën kon bedenken.

Hoe werkt dat dan bij jou?
Ik krijg geen idee als ik erover na ga denken. Maar als we in een restaurant zitten te eten, komen de ideeën vanzelf. Ik krijg ook vaak ideeën over vragen, die ik wil stellen. Die komen zomaar in mij op. Dan denk ik wel na over het antwoord. Ik denk bijvoorbeeld: wat zijn madeliefjes mooi! En daarna denk ik: waarom worden madeliefjes zo mooi? Ik denk er eerst over na en daarna vraag ik het aan jou.

En, helpt dat?
Ja, want jij weet wel het antwoord. Soms weet je het niet, maar dan wil ik jouw mening weten. Ik vroeg bijvoorbeeld waar een leeuwentemmer naar kijkt, als hij zijn hoofd in de bek van de leeuw steekt. Kijkt hij dan naar zijn keelgat of naar zijn tanden?

Waarom stel jij graag vragen?
Omdat ik meer te weten wil komen. Als een vraag onbeantwoord blijft, voelt het best ongemakkelijk.

Wat gebeurt er dan?
Dan blijf ik net zolang denken totdat ik weet wat het zou kunnen zijn.

Zijn alle vragen te beantwoorden?
Nee, hoe de wereld is ontstaan kan niemand precies zeggen. Sommige dingen hoeven ook niet waar te zijn. Er zijn bijvoorbeeld dino’s, die maar één keer gevonden zijn bij opgravingen. Als er dan een deel van de botten mist, weet je nooit zeker wat voor een dino het was. Alles uit de geschiedenis toen wij er nog niet waren, zullen we nooit zeker weten.

Denk je dat jijzelf bekend blijft in de geschiedenis, bijvoorbeeld over een paar eeuwen?
Als ik bekend word misschien wel. Het lijkt me wel cool om bekend te worden. Ik wil graag chef-kok worden, maar er zijn geen bekende koks. Je hebt natuurlijk wel Jamie Oliver, maar die geeft ook shows en dat wil ik niet. Ik wil graag iets geven aan de wereld, waarmee ik de geschiedenis in ga. Bijvoorbeeld een beeld, dat de Steen der Wonderen heet. Ik kan moeilijk een bordje spaghetti aan de wereld geven, maar een beeld is nooit fout. Ik maak hem van klei en dan kan ik hem in alle kanten vormen. Daarom heet hij ook de Steen der Wonderen.

Waar komt jouw Steen der Wonderen te staan?
Ik dacht aan een plein, maar daarover kan ik niet beslissen als ik er zelf niet meer ben. Hoe schenk je een beeld aan de wereld?

Nou, je hebt in ieder geval iemand nodig die hem wil hebben.
Dan zeg ik wel tegen de gemeente dat ze hem mogen hebben. Maar pas als ik een jaartje of tachtig ben. Ik wil er zelf ook van genieten.

Tijdens dit gesprek kreeg je ineens weer een idee.
Ja, dat gebeurt zomaar. Je kunt het nooit voorspellen!

Verder lezen:
Share/Save/Bookmark

donderdag 25 maart 2010

Creativiteit valt te leren

Image
De handvaardigheidsles op de basisschool is meer een les over je aan de regels houden dan een les dat de creativiteit van kinderen ontwikkelt. Jammer, want creativiteit valt te leren.

Een handvaardigheidsles op een doorsnee basisschool. Alle kinderen hadden de kwasten al in de aanslag, maar moesten zich inhouden. Eerst vertelde de juf nog een verhaal over Vincent van Gogh, die op het idee gekomen was om bloesems met louter roze stipjes te schilderen.

Toen de kinderen eindelijk 'los' mochten, kregen ze de opdracht om al 'pointillerend' een voorjaarsboom te schilderen. Eerst moesten ze met potlood de stam en de takken tekenen. De boom moest midden op het vel staan en de takken dienden het hele vel te bedekken. De boom en de stammen dienden vervolgens een bruine kleur krijgen. Pas als dat helemaal in orde was, mocht er gestippeld worden met twee tinten roze verf.

Kinderen leerden zich netjes aan de regels houden

De ontdekking van stippeltjes als manier om het licht en de kleuren te vangen, was in de tijd van Van Gogh een belangrijke vernieuwing van de schilderkunst. Ik geloof niet dat deze kinderen op deze middag daarover enige inspiratie hebben opgedaan. Wat zij tijdens deze schilderles geleerd hebben, is dat ze zich netjes aan de regels moeten houden. Een stam staat altijd recht in het midden en heeft een bruine kleur.

Velen van ons hebben in hun eigen kindertijd soortgelijke ideeën opgedaan. Daardoor zijn we gaan denken dat we niet creatief zijn. We geloven dat knutselen of tekenen maar ook creatief denken niet voor ons is weggelegd. Een enorme misvatting, want creativiteit is een essentieel onderdeel van het mens-zijn. Als we niet creatief zouden zijn, leefden we nog steeds als als oermensen in holen. Zelfs het idee om in een grot beschutting te zoeken, was trouwens een creatieve ingeving.

Creativiteit kun je zelf verder ontwikkelen

We bezitten van nature allemaal de gave van verbeeldingskracht en creativiteit, maar we dienen die aangeboren mogelijkheden wel te ontwikkelen. Creativiteit is in dat opzicht vergelijkbaar met geletterdheid. Op school leer je letters lezen en schrijven. Heb je die vaardigheid eenmaal onder de knie, heb je daarna een ongekende schat aan mogelijkheden om jezelf verder te ontwikkelen.

Creativiteit leren gaat veel verder dan leren tekenen en knutselen, zoals vaak gedacht wordt. Het gaat over soepel denken, dingen van diverse kanten durven te bekijken, jezelf omringen met prikkels, nieuwe dingen uitproberen en open staan voor andere mogelijkheden. Het gaat in feite over een manier van leven: vrij, onbekommerd, speels, nieuwsgierig en buiten de lijntjes. Als je een creatief leven leidt, kun je je toekomst in eigen hand nemen.


"Als een mens creatief kan nadenken, kent hij geen angst", zei trendwatcher Lidewij Edelkoort eens. Wat zou het mooi zijn als we dat onze kinderen op school kunnen laten ervaren.

"Creativity is as important in education as literacy."
- Sir Ken Robinson

Verder lezen over kinderen en creativiteit:



Leer lenig denken

Ideeën nodig om je creatieve denkvermogen op te rekken? In het boek Lenig denken, technieken voor creatieve denkkracht lees je een groot aantal ideeën en oefeningen, die je op je werk en in je privéleven van pas komen. Bestel het boek direct bij Managementboek.

Mis mijn volgende artikel niet

Sigrid van Iersel is als schrijver en journalist gespecialiseerd in creatief denken en storytelling. Zij helpt bij het verzinnen van meer en betere ideeën en laat in verhalen voelen waarom ze belangrijk zijn.
Gemakkelijk op de hoogte blijven van deze artikelen? Vul dan hier je e-mailadres in en ontvang automatisch een mail bij de publicatie van ieder nieuw artikel.

Share/Save/Bookmark

vrijdag 12 maart 2010

De kleuren van een muziekstuk

ImageWelke kleur heeft de muziek van Vivaldi, Mozart of Chopin? Toen ik laatst met onze kinderen dit spelletje deed, vonden ze dat helemaal geen gekke vraag.

In tegendeel, beide zonen (9 en 12) wisten er meteen allerlei kleuren bij te bedenken. Dit is typisch groen, dit klinkt als geel met lila... Ze vonden het pas lastig worden toen na zeven muziekstukken naar hun mening de kleuren 'op' waren.

Het idee voor dit spelletje had ik opgedaan in het boek Denken als Leonardo da Vinci van Michael Gelb, waarin nog veel meer leuke oefeningen staan om je creatieve vermogens aan te scherpen. De oefening om te bedenken welke kleur een muziekstuk heeft, is overigens niet speciaal bedoeld voor kinderen. Maar zij bleken er tot mijn verrassing wel prima mee uit de voeten te kunnen.

Het is heel aangenaam om te ervaren hoe onbevangen kinderen met dit soort vraagstukken omgaan. Erno Mijland somt in zijn blog over de kracht van spel, naïviteit en creativiteit zestien kwaliteiten van kinderen op, die inspirerend zijn voor volwassenen. Hij noemt onder meer deze kindereigenschappen:
  • Actief zijn om het actief zijn. Het eindresultaat is onbelangrijk. Denk aan het bouwen met Lego (een schip bouwen is leuk, is het klaar dan is het klaar).
  • Volledig op kunnen gaan in een activiteit en daarbij alles om je heen vergeten.
  • Nieuwsgierigheid. Vragen stellen over wat kennelijk iedereen om je heen als vanzelfsprekend beschouwt. En doorvragen tot je het echt begrijpt.
  • Kunnen spelen, ook als de middelen ogenschijnlijk beperkt zijn.
  • Experimenteren en vertrouwen op de goede afloop.
  • Het goede willen en uitgaan van het goede.
Mooi om op deze manier naar kinderen te kijken en van hen te leren. Vanavond ga ik een ander experiment met ze doen, waar ze eveneens onmiddellijk enthousiast over waren. We gaan etenswaren kopen van allemaal dezelfde kleur en dan daarna pas bedenken wat we daarmee gaan koken. De kleur weten ze al: geel. Het plan leverde bij voorbaat al een heleboel kookideeën op. Alleen al die voorpret is heerlijk!

Verder lezen over spelen:
Share/Save/Bookmark

zondag 28 februari 2010

Vragen zijn interessanter dan antwoorden

ImageDe Griekse filosoof Socrates maakte het leven van de intellectuelen van Athene zuur door hen voortdurend lastige vragen te stellen. Volgens hem was de belangrijkste stap voor het vinden van een oplossing namelijk het vinden van de juiste vragen.

Socrates beweerde van zichzelf dat het enige wat hij zeker wist was dat hij niets wist. Vragen waren voor hem interessanter dan antwoorden. Om zijn leerlingen iets duidelijk te maken, stelde hij dan ook vooral veel vragen: de Socratische dialoog.

Hoe anders ziet ons onderwijssysteem er bijna 2500 jaar later uit. Hoe beter kinderen op school het antwoord weten, hoe meer beloning en waardering ze oogsten. Daarmee leren we kinderen van jongs af aan dat antwoorden belangrijker zijn dan vragen. Mochten ze ooit op de universiteit belanden, komen ze in veel gevallen dan pas tot de ontdekking dat er nog veel open vragen en onzekerheden zijn. Dat er bij iedere theorie nieuwe vraagtekens gezet kunnen worden. En dat er nooit een definitieve waarheid is.

Socrates zag zich uiteindelijk tot de gifbeker veroordeeld. Zijn vragenstellerij werd hem namelijk niet in dank afgenomen. De personen aan wie hij de vragen stelde, stonden te vaak met hun mond vol tanden.

Vanzelfsprekende opvattingen ter discussie stellen, vraagt lef. In de tijd van Socrates en in de tijd van nu. Door ergens vraagtekens bij te plaatsen moet je namelijk onzekerheid toelaten. Maar zonder vragen worden er ook geen nieuwe dingen ontdekt. Onderzoekers kunnen dus niet zonder.

Gelukkig zijn er steeds meer middelbare scholen en soms ook basisscholen die filosofielessen aan het rooster toevoegen. Ze brengen daarmee kinderen de 'kunst van het doorvragen' bij: het niet tevreden zijn met het vanzelfsprekende en het voor de hand liggende. Daarmee bewijzen deze scholen de ontwikkeling van creativiteit bij kinderen een grote dienst.


Om tot goede vragen te komen, kun je het volgende doen:
  • Formuleer iedere dag doelbewust een nieuwe vraag.
  • Houd de vragen zo eenvoudig mogelijk, op het naïeve af. Neem niet snel iets aan voor vanzelfsprekend.
  • Vragen die met wie, waar of wanneer beginnen, willen een helder antwoord. Ze zijn vooral geschikt om naar feiten te vragen. Met hoe- en waarom-vragen ga je dieper op de kwestie in.
  • Wat is de vraag achter de vraag? Zijn er nog andere manieren om naar een kwestie te kijken? Rijg de ene vraag aan de andere, steeds verder zoekend naar mogelijke achtergronden.
  • Probeer zoveel mogelijk verschillende soorten vragen te stellen. Als je geen vragen meer weet, stel dan dezelfde vragen op een andere manier.
  • Formuleer je vraag in de vorm van 'Hoe komt het dat...' Deze formulering helpt om dieper tot de kern door te dringen.
  • Om tot vernieuwingen te komen is het handig om de 'en als we nu eens...?' formulering te gebruiken. Als we het nu eens groter maken? Als we het nu eens omkeren? Als we het nu eens strakker maken? Enzovoorts.
  • Laat je inspireren door kindervragen. Als je nou slanker wordt van zwemmen, wat doet een walvis dan fout? Je hebt het lijdend voorwerp en het meewerkend voorwerp. Wat is dan het meelijdend voorwerp? Waar komt de naam bitterbal vandaan? Hij is toch helemaal niet bitter? Wat zou de volgende uitvinding zijn? Kun je ook ergens nìets van leren? Waarom vallen mieren niet naar beneden?
"Sommige vragen zijn zo goed dat het jammer zou zijn ze met een antwoord te verknoeien."
- Harry Mulisch

Nog meer vragen:

Share/Save/Bookmark

dinsdag 19 januari 2010

Met veel meer vragen naar huis na voorlichtingsavond

Image
Met een paar honderd andere ouders zat ik vanavond bij een voorlichtingsavond van een middelbare school. We hadden allemaal één vraag in ons hoofd: is dit een geschikte school voor ons kind? We gingen met vele vragen weer weg.

De ene vraag roept de andere weer op, zo konden we vanavond ervaren. Zo liet de school een aantal leerlingen aan het woord over hun eerste ervaringen als brugklasser. Vrolijke, optimistische en ook ontwapenende antwoorden kwamen over het voetlicht. Maar je vraagt je als toehoorder ondertussen af door welke selectieprocedure deze leerlingen getrokken zijn. Zodat de eerste dringende vraag aan een loslopende brugklasser na afloop luidde: "En hoe vind je het nou écht op deze school?"

Veel ouders hadden een lijstje kritische vragen voorbereid. Zo vroeg een moeder naar de ervaringen met het nieuwe beleid voor drugs en alcohol. Deze vraag kon de rector nog handig pareren met de tegenvraag: "Bedoelt u hoe mijn eigen ervaringen met drugs zijn?"

Met een vraag over het aantal allochtonen op zijn school kwam hij minder makkelijk weg. Altijd een gevoelige vraag in een stad met uitgesproken witte en zwarte scholen. De vragensteller had zijn vraag dan ook zorgvuldig verpakt: "Wat is het percentage allochtone leerlingen op deze school en vormt dat een afspiegeling van de maatschappij?" Om het percentage van 20 procent allochtonen te rechtvaardigen, moest de rector zich in allerlei bochten wringen. "Het is een afspiegeling van de samenleving, maar het hangt er wel vanaf welk deel van de maatschappij je bedoelt."

Het minst helder was de rector in zijn verhaal over het negatieve rapport van de onderwijsinspectie. De vraag waarom de onderwijsinspectie tot dat oordeel gekomen was, beantwoordde hij met veel volzinnen zonder tot de kern door te dringen. En dus verlieten we de aula met veel meer vragen dan bij binnenkomst.

Dit is deel 4 van de serie 'De kunst van het Vragen'
Andere delen uit deze serie:Image
  1. De les van de briljante straatmuzikant
  2. De opmerkelijkste vragen van Postbus 51
  3. De vraag om huisdieren in een nieuw daglicht
  4. Stel jezelf de Wondervraag
Heb je suggesties voor een nieuw blog over 'goede vragen stellen?' Wat is voor jou dé juiste vraag? Of bestaan die niet? Laat het me weten door op de reactieknop te klikken en een reactie te schrijven!


Share/Save/Bookmark

maandag 18 januari 2010

De vraag om huisdieren in een nieuw daglicht

ImageHoeveel huisdieren hebben wij? Op het eerste gezicht geen, maar als je deze vraag breed interpreteert hebben we er juist een heleboel.

Jongste zoon wil heel graag een hond, een konijn of een ander aaibaar dier en heeft daar al vaak om gevraagd. Helaas willen wij ouders er niets van weten. "Ik moet nu een hele harde opmerking maken", zei jongste zoon laatst, terwijl hij nadrukkelijk naar mij keek. "Jíj bent eigenlijk mijn probleem." Dat klopt, beaamde ik grif. Vanwege mijn huisdierenallergie is een huisdier bij ons thuis een thema, dat geen onderhandelingsruimte oplevert.

Maar ons afwijzende antwoord op deze repeterende vraag is helemaal niet zo negatief. We zien het alleen wat ruimer, want we hebben immers wel een tuin. Daar wonen een heleboel dieren, met de vogels als meest aansprekende bewoners. En die vogels beschouwen de bewoners van het gezin misschien ook wel als 'hun' huisdieren, schrijft Adriënne Baars op de website Opgroeien in verbondenheid. Ze geeft enkele leuke tips om kinderen beter naar vogels te laten kijken.

Anders kijken naar een alledaags verschijnsel, dàt is de truc die zij meegeeft. Als kinderen daarbij ook iets te doen hebben - fotograferen, rekenen, vogels tellen - wordt het er een stuk interessanter op. Niet alleen aaien, maar iets anders doen met dieren - dát zet de aloude vraag om huisdieren in een nieuw daglicht.

Haar tip bracht me op een idee, toen gisteren de kinderen verklaarden dat ze geen zin hadden in een boswandeling. Dat veranderde op slag toen ik vroeg wie als fotograaf op wilde treden. Dat wilden ze allebei wel. Ze hebben fantastische foto's gemaakt. Het hoogtepunt beleefden ze bij het fotograferen van balancerende koolmeesjes bij een voederplaats.

"Waarom is blij zijn zo leuk, mama", was de vraag van jongste zoon, die opgetogen op de wandelpaden huppelde. Ook een hele goede vraag.

Image
Dit is deel 3 van de serie 'De kunst van het Vragen'
Andere delen uit deze serie:
  1. De les van de briljante straatmuzikant
  2. De opmerkelijkste vragen van Postbus 51
  3. Met veel meer vragen naar huis na een voorlichtingsavond

Verder lezen over creativiteit bij kinderen:

zondag 29 november 2009

Wees (weer) een kind

ImageYour license to be a kid, ontwerp van D. Price (2001)

Drie kinderen wonnen afgelopen weekeinde de televisiewedstrijd Het beste idee van Nederland met de ZzzleepLight, een lampje dat langzaam uitgaat om makkelijk mee in slaap te vallen. Daarmee gaven ze vele volwassen uitvinders het nakijken.

Of zij met hun overwinning bewijzen
dat kinderen betere ideeën bedenken dan volwassenen durf ik niet te beweren. Maar denken als een kind helpt wel. Kinderen kunnen onbekommerd prutsen, waarbij het prutsen een doel op zich is. En als het toevallig wat leuks oplevert is dat mooi meegenomen.

Niet alleen jonge kinderen, maar ook pubers kunnen ongekend creatief zijn. Het gedeelte van hun brein dat 'ja-maar'-gedachten produceert, ontwikkelt zich namelijk pas later, net als het denken in strakke kaders. Eveline Crone beschrijft dat in haar boek Het puberende brein. Jongeren slaan veel gemakkelijker nieuwe ongebaande paden in, experimenteren er op los en durven risico's te nemen. Dit pubergedrag vinden we vaak roekeloos en naïef, maar heeft ook een positieve zijde: voor het bedenken van nieuwe ideeën is het een buitengewoon handige eigenschap.

Door speelser te worden, worden we weer creatief. Om de kinderlijke blik op de wereld weer naar boven te halen, moet je jezelf weer ongeremder durven te gedragen. Dingen doen die volwassenen gewoonlijk niet 'horen' te doen. Gek durven zijn (een beetje of meer, wat je zelf wilt). Maak bijvoorbeeld een doos voor de schatten, die je op straat vindt. Stamp in de plassen. Ontbijt met bonbons. Bak zandtaartjes. Houd een gesprek met een slak. Speel met vingerverf. Houd een wedstrijd met papieren vliegtuigjes. Leer een goocheltruc.

Is dat gelukt? En beviel het? Haal dan hier je License to be a kid (een creatie van D. Price) op en geniet ervan!

"In de wetenschap gelijken wij op kinderen, die aan de oever der kennis hier en daar een steentje oprapen, terwijl de wijde oceaan van het onbekende zich voor onze ogen uitstrekt."
- John Newton
Meer lezen over kinderlijke verwondering:

Share/Save/Bookmark

donderdag 26 november 2009

Doensdag en Wonderdag

Een doodgewone woensdagochtend aan de ontbijttafel. "Mama", zegt zoon Niels (9) ineens. "Als we de woensdag nou doensdag noemen, kan de donderdag wonderdag heten."

Ik vond het een prachtige vondst, die de hele dag bleef hangen. In de loop van deze woensdag zette ik de uitspraak van Niels op twitter. Dat heb ik geweten. De tweet werd vele malen geretweet en kwam daardoor vele lezers onder ogen. Diverse twitteraars schreven er een commentaar bij. 'Briljant!' 'Doen we!' 'Wat ga jij doen op Donderdag Wonderdag?'

Diverse twitteraars raakten geïnspireerd en trokken de lijn door naar de overige dagen van de week. Zo ontstonden Wijdag, Flaterdag, Brondag, Zaaidag, en Vinddag. Of Blijdag, Haterdag, Ondag, Gaandag en Winstdag. De mogelijkheden zijn eindeloos.

Daarna werd het even stil. Totdat ik een adviseur van een innovatieorganisatie aan de telefoon kreeg. Hij wil heel graag het woord Doensdag gebruiken voor een activiteit, waarbij de handen uit de mouwen moeten. Dat vindt Niels een mooie bestemming. En ik ook.

Doensdag is dus onder de pannen. Nu nog een mooi onderkomen voor Wonderdag!

"Er zijn twee manieren om je leven te leiden. Alsof niets een wonder is of dat alles een wonder is."
- Albert Einstein

Verder lezen over taalvondsten:



Share/Save/Bookmark

maandag 23 november 2009

Help, ik verveel me zo (3): graffiti onder het tafelblad

Kinderen die maar blijven roepen dat ze zich vervelen kun je òf negeren òf voorzien van een slimme tip. Laat ze aan de onderkant van de tafel hun persoonlijke graffiti-tafelblad maken.

Deze week hebben we een kind in huis, dat geveld is door de Mexicaanse griep. Hij is nog niet fit genoeg om naar school te gaan, maar ook niet ziek genoeg om in bed te liggen. De afgelopen dagen heeft hij al veel gelezen, televisie gekeken en spelletjes gespeeld, maar nu beginnen de dagen toch echt saai te worden. Wat nu?

Vanochtend las ik een tip van Tea Adema van de website Opgroeien in verbondenheid, die mijn verbeelding prikkelde. Zij stuurt haar kinderen in geval van opperste verveling onder de tafel om een spelletje te spelen. De winnaar mag een tekst of een tekening op de onderkant van het tafelblad maken.

Ook andere kinderen mogen iets onder de tafel achterlaten. Laat ze lekker hun gang gaan en bewonder het resultaat", adviseert Tea. "En het mooiste van dit kunstwerk? Er is altijd een keer iemand die iets laat vallen, onder de tafel duikt en uitroept: Er staat iets onder de tafel! Deze persoon mag er dan zijn persoonlijke noot aan toevoegen. Wedden dat zelfs een meneer in een strak pak of de buurvrouw iets achter laat onder jouw tafel?"

De tafel van Tea is inmiddels een waar kunstwerk geworden in de loop der jaren, bericht ze. "Rekensommen staan liefdevol naast een wens van een overleden oma en de krabbels van een kind van drie. En natuurlijk staan er ook een paar schuttingwoorden van een ondeugende puber die het niet kon laten… Op deze manier hebben wij een verborgen kunstwerk dat zomaar is ontstaan na een moment van verveling."

Als jij binnenkort bij ons op bezoek komt, ga jij natuurlijk ook even op zoek naar ons geheime kunstwerk. Wedden?


Verder lezen over hoe je met kinderen om kunt gaan die zich vervelen:


Share/Save/Bookmark

dinsdag 27 oktober 2009

Ideeën krijgen tijdens het wachten

Image
Je staat ergens te wachten en je hebt helemaal niets te doen. Een verloren moment? Welnee, want juist dit soort momenten zijn geschikt om ideeën en invallen te krijgen.

Kunstenares Simone de Jong verzamelt tijdens wachtmomenten haar 'terloopse zinnen'. Daar zitten pareltjes bij, zoals 'Ik zeg vaak sorry tegen de hond' en 'Strijken heeft mij vaak geluk gebracht'. Ze heeft een hele verzameling van dit soort zinnen aangelegd, die ze verwerkt in zinken wandobjecten. "Het is mooi om op momenten waarop je niks hoeft te doen dat je dan toch mooie dingen verzamelt", zegt ze daarover. Tijdens het wachten hoor je namelijk de mooiste dingen.

Zinnen maar ook andere kleinoden die je opvallen tijdens het wachten kunnen dus een mooie inspiratiebronnen zijn. Vreemde graffiti. Opvallende kleding. Poëtische uitspraken. Leuke onderonsjes van andere mensen. Spits dus je oren tijdens recepties. Let op tijdens het wachten op een te laat komende trein. En luister als je in een veel te volle wachtkamer zit.

Verder lezen over de positieve kant van wachten:

Share/Save/Bookmark

woensdag 7 oktober 2009

Creatief met bloemkool

Image
Soms is het goed om jezelf te dwingen tot meer creativiteit door buiten de gebaande paden te gaan. Dat kan op heel alledaagse manieren. Neem een groenteabonnement bij een biologische leverancier.

Bloemkool. Tja, wat moeten we nu weer maken met bloemkool? Met uitzondering van onze jongste zoon is ons gezin geen liefhebber van deze groente. Vies is een te groot woord, maar ernaar uitkijken doen we evenmin. Onze biologische groenteleverancier Kievit heeft 'm echter met grote blijdschap weer in zijn wekelijkse pakket gestopt en prijst hem aan als een der zeven wereldwonderen. Wat nu?

Natuurlijk bestaan er tal van varianten op de klassieke gekookte bloemkool-met-papje, die ik echt liever vermijd. Bloemkoolsoep met gorgonzola, bloemkooltaart, Indische curry met bloemkool: mogelijkheden genoeg. Gedwongen door de groententas heb ik al diverse varianten uitgeprobeerd. Het eind van het liedje is dat er meestal een aardig gerecht op tafel staat, maar dat die verhipte bloemkool best achterwege had mogen blijven...

Deze week daagt Kievit ons opnieuw uit met een sneeuwwitte kool. Qua vormgeving inderdaad een kunststukje. Maar om op te eten... Gelukkig doet onze groentepakkettenleverancier er een splinternieuwe suggestie bij. Dit keer beveelt hij een vegetarische Bloemkool Masala met tomatensaus aan. Misschien is dat wat.

Kievit had ook nog een opmerkelijke suggestie voor een ander pijnpuntje in het pakket van deze week, namelijk de radijsjes. Ook daar zijn we niet echt liefhebbers van (alweer met uitzondering van jongste zoon). Maar een recept voor radijssoep zet ons weer aan het denken. Wat dat klinkt wel heel spannend.

Zo laat het groentepakket je grenzen overschrijden, waar je anders ver vandaan blijft. Iedere week worden we verrast, uitgedaagd en op de proef gesteld. En zijn dat niet de belangrijkste prikkelingen om tot meer creativiteit te komen?

Nog meer kookinspiratie:

Dit artikel is ook gepubliceerd op mijn weblog Kookdromen.

Share/Save/Bookmark

zondag 27 september 2009

Ga weer knutselen

Image
Waar zijn de soldeerders, figuurzagers en patchworknaaisters eigenlijk gebleven? Wie knutselt of handwerkt er eigenlijk nog?

Op onze zolder staat de poppenkast, die mijn vader zelf maakte voor mijn achtste verjaardag. Niet dat mijn vader zo'n grote knutselaar was, maar het was in mijn jeugd wel heel gewoon om zelf kinderspeelgoed te maken. Bijna iedereen wist hoe je een figuurzaag, breipennen of haaknaalden moest gebruiken.

Tegenwoordig soldeert bijna niemand meer weerstandjes op een printplaatje voor electronica. Op zolders zijn de treinbaantjes, de donkere kamers en de zendamateurbakkies verdwenen. In de huiskamers is geen borduurraam of lapjesmand meer te vinden. Datzelfde geldt ook voor zelfdrogende klei, zelfgemaakte poppen of rietvlechten.

Misschien zijn het modetrends, die tijdelijk van het toneel zijn verdwenen. Zo was er een tijd dat iedereen brooddeegpoppetjes fabriceerde of droogbloemboeketjes maakte. Maar het zou ook kunnen dat er méér aan de hand is. We knutselen thuis bijna niet meer. En als we het wel doen, zijn daar vaak allerlei voorgefabriceerde producten voor, waar we zelf alleen nog de laatste hand aan moeten leggen: plakplaatjes voor paaseieren, mallen voor kaarten, scrapbookproducten, etc.

Als we zelf niet meer het voorbeeld geven van dingen die je zelf in elkaar kunt knutselen, hoe moeten onze kinderen het dan leren? Op veel scholen zijn de ouderwetse handvaardigheidslessen en zeker het klassieke breien, naaien en borduren van het lesrooster verdwenen. De meeste kinderen kunnen geen knoop aannaaien.

Als kinderen zelf gaan knutselen, is het vaak met een voorgeproduceerd pakket, zoals strijkkralen of ballonnen waar je poppetjes van kunt maken. Als ze zelf koekjes willen bakken, krijgen ze niet gewoon zelfrijzend bakmeel en suiker voorgeschoteld, maar een roze kartonnen doos voor prinsessentaart. Bedrijven die van deze producten moeten leven, hebben daar uiteraard een flinke hand in gehad. Ondertussen leren we kinderen op deze manier dat je éérst geld uit moet geven voordat je zelf iets kunt maken en dat knutselen zonder voor- geproduceerde spullen erg ingewikkeld is.

Binnenkort komen er weer diverse feesten aan: Halloween, Sinterklaas en het kerstfeest. Knutsel dit jaar wél een eigen lampion in elkaar. Maak een surprise van papier maché. En hang straks zelfgemaakte ballen van piepschuim in je kerstboom.


Lees meer over het stimuleren van creativiteit:


Share/Save/Bookmark

woensdag 16 september 2009

De fietsstoeltjesfabrikant en de creatieve consument

Fietsstoeltjesfabrikant Bobike ging op zoek naar de wensen van ouders en ontwikkelde een nieuw product voor de Europese markt. En stuitte op allerlei creatief gedrag van consumenten.

Het transport van kleine kinderen in de stad is per fiets vrij hopeloos. De kinderstoeltjes en fietskarretjes zijn wel in orde, maar waar láát je al die spullen als je geen schuurtje of berging op de begane grond hebt? En waar berg je een forse werktas als je je kind wegbrengt naar de kinderopvang en daarna doorfietst naar je werk? We experimenteerden zelf ooit met rugtassen, maar die waren natuurlijk allerminst ideaal voor het kind dat achter in het fietsstoeltje gegord zat. Voor fietstassen bood het kinderzitje echter geen ruimte.

Consumenten vertonen creatief gedrag om dit soort alledaagse problemen te tackelen, ontdekte fietszitjesfabrikant Bobike. Om een nieuw Europese fietsstoel te ontwikkelen, speurde het bedrijf naar de manieren waarop klanten met het product omgingen. Consumenten knutselden zelf reflectors op de stoeltjes of verwijderden de voetsteuntjes, zodat er wel een fietstas onder paste. Sommige crèches hangen speciale haken aan de muur waar de brengende ouder het fietsstoeltje kan ophangen, zodat de halende ouder het kind én fietsstoeltje weer kan meenemen. Andere ouders hebben een wisselfiets met een vast stoeltje, die bij het kinderdagverblijf gestald wordt.

Jasper Hagedoorn van Bobike presenteerde dinsdag op het inspiratiecongres Nieuwe Producten Bedenken 2009 hoe het bedrijf die resultaten had gebruikt om tot een nieuw product te komen. In de nieuwe modellen Maxi City en Maxi Tour, die binnenkort op de markt komen, zitten in ieder geval veel snufjes die ouders zullen plezieren: een fietslamp, een hoofdsteun zodat kleintjes onbekommerd in slaap kunnen sukkelen én een goede mogelijkheid voor een fietstas. Extra aandachtspuntje van Bobike: de bekleding van de zitjes bestaat niet meer uit Mickey Mouse-prints, maar uit een hip design aan de buitenkant! Daar kunnen designbewuste ouders dan uiteraard weer de print van hun fietstas op afstemmen.

Veiligheid staat in ieder geval voorop in het uiteindelijke product. Ingrijpende veranderingen - 'zet het kind achterstevoren voor meer uitzicht' - haalden het niet bij de consumententesten. Voortaan kunnen kinderen geheel vastgesnoerd worden mét fietshelmpje, zodat ze op lange toertochten solide kunnen meereizen.

Het wachten is nu op luidsprekers in de hoofdsteun en een aansluitingsmogelijkheid op een mp3-speler, zodat de kinderen op de fiets naar vrolijke deuntjes kunnen luisteren. Of meteen maar een videoschermpje, zodat de kleine niet tegen de saaie achterkant van zijn papa of mama hoeft aan te kijken. Want de rugzak mag straks overbodig zijn, voor kinderen is er straks achterop de fiets nog steeds weinig te beleven. Dat vraagt weer om nieuwe creativiteit van de ouders.

Verder lezen over creativiteit met kindertransport:

Andere blogs over Nieuwe Producten Bedenken 09:

Stel je dit artikel op prijs? Abonneer je dan op de nieuwe webposts van Ideeënmaker. Kies linksboven jouw rss-feeder en je ontvangt bericht als ik weer een nieuw artikel geschreven heb.

Share/Save/Bookmark

zaterdag 18 juli 2009

Op kinderspeurtocht door het Gemeentemuseum

Image
Musea doen hun best om kinderen te interesseren voor kunst. Speciaal voor mensen die 'jong van geest' zijn, heeft het Gemeentemuseum Den Haag de kelder ingericht tot Wonderkamers en een kinderspeurtocht ontworpen. Werkt dat?

Zoon Niels (8) had zich voorgenomen om deze week het héle Gemeentemuseum te bekijken. Hij hield woord: in drie étappes dwaalden we alle zalen door. Allereerst kreeg hij een kinderspeurtocht over 'kunstdieren' uitgereikt. Hij kreeg ook kleurpotloodjes en een klembordje in een linnen tasje van een aardige mevrouw, dat handig over zijn schouder kon hangen. Daar is over nagedacht.

De dierenspeurtocht leidde ons door een groot deel van het 'gewone' museum, langs het 18e eeuwse poppenhuis van Sara Rothé en uiteraard naar de Wonderkamers. Door de opdrachten bekeek Niels de dierenkaravaan in de vitrine extra nauwkeurig. De bronzen Geit van Luciano Minguzzi was zo zielig, dat hij hem graag echt had geaaid. Opzet geslaagd.

Toch raakte hij vooral gefascineerd door een stuk kunststof buis en twee simpele witte bogen, die zich net buiten de speurroute bevonden. Door de manier waarop deze twee materialen tegen de muur waren bevestigd, zag hij er onmiddellijk een voorstelling in: de slurf en de slagtanden van een olifant. Als dit kunst is, dan was dat heel wat interessanter dan hij altijd had gedacht. Daardoor raakte hij pas echt nieuwsgierig naar de rest van het museum.

Hoewel we door de speurtocht al een behoorlijk stuk afgelegd hadden door de zalen, vond Niels dat we toch helemaal vooraan moesten beginnen. Weer terug naar de glasafdeling dus. Vooral de geslepen glazen met afbeeldingen vond hij knap gemaakt. Ook de aaibare koeien in de wei op de schilderijen van de Haagse School spraken hem aan, net als de pointillistische werken. "Naar kunst kijken, dat is gewoon mooi", zei hij tevreden.

Minder te spreken was hij over een werk met blokjes in primaire kleuren van Bart van der Leck. Dat schilderij was simpelweg nog niet af. Ook met de Victory Boogie Woogie van Mondriaan had hij weinig op. Niet interessant om lang naar te kijken, zei hij over het kostbaarste werk van het Gemeentemuseum. Raar dat die stukjes plaktape er nog op zitten.

Toch trok moderne kunst hem wel degelijk aan. Die kunst hoeft helemaal niet aaibaar of lieflijk te zijn. Hij keek lang naar de geheimzinnige taferelen op het enorme doek Oopsie Daisy van Gé-Karel van der Sterren, waarop hij een vergiftigde rivier, kapotte spullen, rare maanmannetjes en grote wilde planten ontwaarde. De schilder wilde hier duidelijk een verhaal vertellen. Niels vond het een interessante vorm van spoorzoeken.

De meeste museummedewerkers vonden het prachtig dat een jongetje enthousiast de kunstwerken kwam bekijken en de opdrachten van de speurtocht nauwgezet uitvoerde. Al was het wel verwarrend wat kinderen in dit museum wel mogen doen en wat niet.
Zo worden kinderen bij de Wonderkamers aangemoedigd om muziekinstrumenten uit te proberen en zelf te bespelen. Vlak daarna stond een mooi bewerkte piano opgesteld, al even aantrekkelijk om aan te raken. Maar dit was een officieel museumstuk, alleen bedoeld om naar te kijken. De suppoost reageerde ineens onverwacht streng.


Enkele manieren om met een kind naar een schilderij of ander kunstwerk te kijken:
  • Laat het kind vanuit zijn eigen perspectief kijken naar een schilderij. Dat betekent dat je als volwassene je op de achtergrond houdt. Geef het kind gelegenheid uit te zoeken wat hij of zij interessant vindt. Neem het kind daarbij serieus.
  • Zie een kunstwerk als een verhaal. Met een kunstwerk wil een kunstenaar iets overbrengen. Een gevoel delen bijvoorbeeld, een gedachte verbeelden of een reactie op een ander kunstwerk geven. Blijf voor een schilderij staan en laat de vormen en kleuren op je inwerken. Laat het kind vertellen wat hem opvalt en wat hij ziet of voelt. Het gaat niet om goed of fout, maar om een indruk te verwoorden.
  • Stel vragen. Met aanvullende vragen kun je stimuleren om nauwkeuriger naar een kunstwerk te kijken. Waarom denk je dat de kunstenaar dit heeft gemaakt? Wat zie je? Wat probeert de kunstenaar hiermee te zeggen?

Verder lezen:


Share/Save/Bookmark

zondag 12 juli 2009

Help, ik verveel me zo (2): overschakelen

Image
Zes weken zomervakantie voor de boeg en de kinderen kondigen op de eerste dag al aan dat ze zich vervelen. Herkenbaar voor veel ouders, vermoed ik. Wat doe je dan?

Onze jongste zoon (8) beleefde gisteren zijn eerste vakantiedag. Zijn grote broer is een week weg. Alle vriendjes die op loopafstand wonen, zijn op vakantie. Er ligt een grote stapel boeken klaar die hij wil lezen, maar daar heeft hij nu geen zin in. Tekenen? Nee. Buiten spelen? Regen. Een memoryspel uitknippen dat hij voor de vakantie had bewaard? Al klaar.

Voor kinderen is het even overschakelen. Het hele jaar is er van alles te beleven en te doen: school, huiswerk, clubjes, feestjes en vriendjes. Kinderen hoeven daardoor nauwelijks zelf na te denken wat ze willen doen. Logisch dus dat ze in de vakantie het ineens niet meer weten. De verleiding voor ouders is groot om opnieuw plannetjes te maken en kinderen bezig te houden.

Natuurlijk is het leuk om uitstapjes te maken en andere dingen te ondernemen met je kinderen. Maar laat ze ook vooral nietsdoen en zich hartgrondig vervelen. Houd je in en laat het kind zelf ontdekken wat hij wil gaan doen. Ja, dat levert gejengel op. Toch zal hij uiteindelijk iets vinden waarmee hij aan de slag gaat of een onverwachte speelkameraad treffen.

Iets aan het toeval over kunnen laten, is een belangrijke vaardigheid van creatieve personen. Het toeval helpt om uit een routine te komen en kan leiden tot nieuwe inzichten en oplossingen. Als kind kun je maar beter genoeg ruimte hebben gehad om invallen te krijgen en daarmee aan de slag te gaan.

Niels heeft uiteindelijk zijn playmobil weer tevoorschijn gehaald. Het eerste uur heeft hij alleen maar voorsorteerwerk gedaan, want hij heeft inmiddels een groot verhaal in zijn hoofd voor de poppetjes. Daar is hij nog wel even zoet mee.


Enkele tips:
  • Minder is meer. Verveling betekent vaak dat een kind niet kan kiezen. Een kleiner aanbod aan speelmateriaal helpt: maak een selectie en berg de rest weg. Vorig jaar hadden we in ons vakantiehuisje alleen enkele spelletjes, magneetjes en tekenpapier bij ons. De kinderen hebben zich dagenlang vermaakt met een zelfbedacht spel met magneetjes en pionnen uit de spelletjesdoos.
  • Geef ze de ruimte. Met eenvoudige middelen komen kinderen tot eigen ideeën. Geef ze daarom niet alleen kleurplaten maar af en toe ook een leeg vel.
  • Zorg voor overzicht. In de zomervakantie missen veel kinderen ineens het overzicht. Maak op een groot tekenvel een schema, waarin je alle vakantiedagen een eigen hokje geeft. Geef aan wanneer je op vakantie gaat, wanneer er uitstapjes gepland zijn en wanneer de logeerpartijtjes zijn. De resterende tijd is vrije speeltijd. Laat je kind de verschillende activiteiten van passende kleurtjes voorzien. En iedere dag mag je kind een dag doorkruisen.
  • De speelpot. Laat je kind een hele reeks activiteiten opschrijven op memoblaadjes die hij leuk vindt (of help je kind bij het opschrijven). Het moeten bezigheden zijn die hij helemaal zelf of met beperkte hulp kan uitvoeren: puzzelen, sudoku's oplossen, nog niet ingekleurde tekeningen afmaken, stoepkrijten, etc. Zorg ervoor dat er zowel binnen- als buitenactiviteiten bij zitten. Op ieder memoblaadje komt een aparte activiteit. Vouw alle blaadjes op en stop ze in een pot of trommel. Zodra je kind roept "Ik verveel me zo", mag hij een briefje uit de pot halen.
  • Beweeg. Beweging levert vaak nieuwe ideeën op: veel mensen krijgen ingevingen tijdens een wandeling, fietstocht, hardlopen of andere activiteit. Dat geldt ook voor kinderen. Laat ze van de bank afkomen en in beweging komen. Grote kans dat ze ergens tegenaan lopen en een inval krijgen.


Verder lezen:


Mis mijn volgende artikel over ideeën niet

Sigrid van Iersel is als schrijver en journalist gespecialiseerd in creatief denken en storytelling. Zij helpt bij het verzinnen van meer en betere ideeën en laat in verhalen voelen waarom ze belangrijk zijn. Gemakkelijk op de hoogte blijven van deze artikelen? Vul dan hier je e-mailadres in en ontvang automatisch een mail bij de publicatie van ieder nieuw artikel.

Leer lenig denken

Ideeën nodig om je creatieve denkvermogen op te rekken? In het boek Lenig denken, technieken voor creatieve denkkracht lees je een groot aantal ideeën en oefeningen, die je op je werk en in je privéleven van pas komen. Bestel het boek nu bij Managementboek
Share/Save/Bookmark

zaterdag 16 mei 2009

Krachtig Creatief (1): Ga weer spelen

ImageSpelende mensen op het centrale plein in Marrakech
De beste creativiteit is het resultaat van goede gewoontes, beweert de auteur Joan Duncan Oliver in het boek 'Geluk, leven in balans'. Gewoontes zijn aan te leren. Daarom presenteer ik op dit weblog een aantal krachtige creatieve technieken, die samen een verzameling goede gewoonten vormen. Hierbij aflevering 1: Ga weer spelen.

Creativiteit is toegepaste fantasie. Het is de brug tussen wat je in je geestesoog ziet en wat de wereld ziet. Het gaat om iets fris of origineels doen, dat er eerder nog niet was. Gelukkig leven we in een tijd waarin de middelen om de wereld om ons heen opnieuw vorm te geven aan bijna iedereen ter beschikking staan, of dat nu is op politiek, technologisch of kunstzinnig terrein.

Kinderen doen dat van nature. 'Elk kind wordt geboren als kunstenaar', zei Picasso. 'De truc is om een kunstenaar te blijven.' De Amerikaanse auteurs Tim Drake en Chris Middleton borduren daar op voort. "Creativiteit heeft een kinderlijke openheid en optimisme over zich, een opvatting dat alles mogelijk is en dat alles kan worden gecreëerd", schrijven zij in het boek Botox voor je brein. Volgens dit duo vereist creativiteit de behoefte om er mee bezig te blijven, zoals een kind eindeloos dezelfde spelletjes kan spelen, dezelfde verhalen wil lezen en er elke keer iets nieuws in kan vinden. Kinderen experimenteren immers door te spelen.

Het kijken naar kinderen en hun manier van spelen vormt dus de sleutel naar meer creativiteit of beter gezegd het terugvinden daarvan. Creativiteit wordt gevoed door zogeheten regressieve activiteiten. Hippe reclame- en ontwerpbureaus en communicatiebedrijven hebben dat goed begrepen. Zij moedigen medewerkers aan om te spelen, zoals tafeltennis, tafelvoetbal of biljart. Ze houden onverwachte feesten, organiseren stunts of gaan samen zandkastelen bouwen.

Lekker spelen kun je zelf natuurlijk ook. Bestrijd de saaie 'adultitis' met dit ontsnappingsplan!
  • Zet iets uit je kindertijd op je werkplek: een poppetje, je geliefde dinky toy of Rubik's kubus
  • Maak droedels op alle stukjes papier die je tegen komt. Bij het droedelen krabbel je figuurtjes op papier, bijvoorbeeld tijdens het luisteren of telefoneren.
  • Zoek een reden voor een feestje en vier het: een after-holiday-arty, een picknick met collega's, een gezamenlijk ontbijt, vieren dat je samen honderd wordt of de viering van Una Giornata Particolare.
  • Maak van je werk een spel. Leo Babauta beschrijft in Work as play daarvoor de belangrijkste bouwstenen: vrijheid, opwinding, spelen met anderen en een complete onderdompeling in je taak.
  • Ga weer kleuren, plakken en kliederen. Bijvoorbeeld met behulp van het boekje Wreck this Journal van kunstenares Keri Smith onder het motto 'to create is to destroy'. Zij spoort de gebruikers van het boek onder meer aan om stickertjes te verzamelen die op fruit geplakt zitten en om met een tong vol jam over een bladzijde te likken...
"Een mens is pas helemaal mens wanneer hij speelt."
- Friedrich von Schiller

Verder lezen over spelen:

Boek: Tim Drake & Chris Middleton, Botox voor je brein. Je manier van denken bepaalt je echte leeftijd. Uitgeverij Spectrum, 2009.


Krachtige creatieve technieken
Dit is het eerste deel van een serie op Ideeënmaker over krachtige creatieve technieken. Reacties of aanvullingen? Druk op de reactiebutton (het envelopje) en mail me!

Share/Save/Bookmark