Toeval
Toeval is een gebeurtenis zonder schijnbare of werkelijke voorspelbaarheid of oorzakelijkheid. De vraag of toeval in objectieve zin bestaat of dat het alleen een subjectief verschijnsel is, is onderwerp van filosofisch debat.[1] Het woord toeval kwam in de 17e eeuw algemeen in gebruik en is een leenvertaling van het Latijnse accidens.[2] Serendipiteit kan als voorbeeld van een toevallige gebeurtenis worden genoemd. Het is het onverwachts vinden van iets bruikbaars, terwijl de vinder naar iets anders op zoek was.
Toeval komt ook in de geneeskunde voor, dus is daar homoniem met het hier besproken toeval. Een insult in de geneeskunde is een neurologische aandoening.
Kansrekening, statistiek en wiskunde
[bewerken | brontekst bewerken]Kansrekening is een wiskundige theorie, die zich bezighoudt met de kwantitatieve beschrijving van binnen een gegeven context met elkaar samenhangende, toevallige gebeurtenissen. De statistiek maakt gebruik van kansrekening, om beslissingen te nemen bij verschijnselen waarin toeval een rol speelt. Toeval wordt als model voor systemen en gebeurtenissen gebruikt met een onvoorspelbaar gedrag of een nog onvoorspelbaar gedrag. Daarnaast gebruiken wiskundige modellen toeval voor gebeurtenissen en systemen waarvan het gedrag wel bekend is, maar waarvan de modelmatige beschrijving ingewikkeld is.
Filosofie en theologie
[bewerken | brontekst bewerken]Het determinisme is de theorie dat toeval niet bestaat, met andere woorden, dat alle gebeurtenissen van tevoren zijn volledig bepaald, dus volledig voorspelbaar zijn. De bekendste theoreticus van het determinisme was Laplace. Het determinisme had lange tijd een grote schare volgelingen in zowel de filosofie als de natuurkunde. Er is in de theologie voortdurend strijd tussen de leer van de predestinatie dat God alles heeft voorbestemd en de stelling dat God de mens een vrije wil heeft gegeven om tussen goed en kwaad te kunnen kiezen.
Natuurkunde
[bewerken | brontekst bewerken]De ontdekking van de kwantummechanica door onder anderen Max Planck en Niels Bohr heeft verandering gebracht in het deterministische denken. Een van de stellingen daarvan is dat bepaalde eigenschappen van een deeltje niet tegelijkertijd met zekerheid vast te stellen zijn en dat wat wordt waargenomen, beïnvloed wordt door de waarneming zelf. Het gedrag van een individueel elementair deeltje wordt in termen van waarschijnlijkheid beschreven.
Biologie
[bewerken | brontekst bewerken]In de biologie speelt toeval een rol in de evolutietheorie. Een van de uitgangspunten van die theorie is dat de variatie in eigenschappen van individuen in een populatie toevallig van aard is. Doordat individuen die het best aangepast zijn aan de lokale omgeving, de beste kans hebben zich voort te planten, zullen in de loop van de tijd door natuurlijke selectie de eigenschappen van de populatie veranderen. Toeval speelt ook een rol in de evolutietheorie bij genetische drift.
Psychologie
[bewerken | brontekst bewerken]De psycholoog Carl Gustav Jung viel het op dat er soms toevallige reeksen gebeurtenissen voorvielen die toch een of andere verborgen relatie met elkaar leken te hebben. Hij noemde dit verschijnsel synchroniciteit.
- ↑ Hopster, Jeroen (2024). Toeval: Een Onvoorziene Filosofie. Boom Uitgeverij. ISBN 9789024432967.
- ↑ etymologiebank. toeval - (onvoorzien geval).