Andesiet
| Andesiet | ||||
|---|---|---|---|---|
| Indeling der stollingsgesteenten | ||||
| % SiO2 | uitvloeings- gesteente |
gang- gesteente |
diepte- gesteente | |
| felsisch | >~70 | ryoliet | granofier | graniet |
| ~70-63 | daciet | granodioriet | ||
| intermediair | 63-52 | andesiet | dioriet | |
| mafisch | 52-45 | basalt | doleriet | gabbro |
| ultramafisch | <45 | komatiiet | peridotiet | |
Andesiet is een donkergekleurd fijnkorrelig stollingsgesteente met een intermediaire, subalkaliene samenstelling. Andesiet bestaat enkel uit een fijnkorrelige grondmassa (afanitisch) of bevat ook enkele grotere kristallen (porfiritisch). Deze grotere kristallen worden fenocrysten genoemd. In andesiet bestaan de meeste fenocrysten uit de mineralen plagioklaas, biotiet, hoornblende en pyroxeen.
Verreweg het meeste stollingsgesteente ter wereld heeft een subalkaliene samenstelling. Andesiet neemt in die serie een middenpositie in tussen silica-armer basalt en silicarijker daciet en ryoliet. Magma met de samenstelling van andesiet ontstaat door differentiatie uit basaltmagma.
Andesiet is genoemd naar de Andes in Zuid-Amerika. De naam werd ingevoerd door Leopold von Buch in 1826.
Voorkomen
[bewerken | brontekst bewerken]Andesiet is meestal een extrusief gesteente; het wordt voornamelijk gevormd door het stollen van lava aan het aardoppervlak. Het kan ook nabij het oppervlak vormen waar magma stolt in ondiepe sills, dykes of gangen.

Andesiet komt vaak voor bij tektonische situaties als in de Andes, waar een oceanische plaat onder een continent subduceert. Bij subductie onder een continent stijgt het magma door een dikke lithosfeer voordat het het oppervlak bereikt. Door differentiatie en vermenging met omringend gesteente raakt het verrijkt in silica en incompatibele elementen. Het komt behalve langs Andes-type subductiezones ook voor in vulkanische eilandbogen. De Fuji in Japan is een voorbeeld van een andesitische vulkaan.


Eigenschappen
[bewerken | brontekst bewerken]Andesiet is een vulkanisch of hypabyssaal gesteente en heeft daarom een afanitische textuur: de kristalgrootte van de mineralen is gemiddeld te klein om met het blote oog mineralen te herkennen. Als hetzelfde magma dieper in de Aarde stolt ontstaat het faneritische equivalent van andesiet, het dieptegesteente dioriet.
Omdat het minder donkere mafische mineralen bevat, is andesiet meestal lichter van kleur dan basalt. Andesiet bestaat voornamelijk plagioklaas, kaliveldspaat en clino- en/of orthopyroxeen. Het kan verzadigd in silica zijn en bevat in dat geval ook kwarts, meestal in de grondmassa. De plagioklaas is meestal de natriumrijke variant (sanidien). Andesiet bevat vaak ook fenocrysten van labradoriet en bytowniet.
In de IUGS-indeling op basis van de modale, optisch zichtbare mineraalsamenstelling heeft andesiet 0-20% kwarts of 0-10% veldspaatvervanger, en ten minste 65% plagioklaas.[1] Het kan voor niet meer dan 35% uit mafische mineralen bestaan.[2] Andesiet bevindt zich in een QAPF-diagram rechts (in de P- of plagioklaashoekpunt), rondom de middellijn tussen de twee driehoeken. Gesteente met minder plagioklaas en meer kaliveldspaat is latiet; gesteente met meer kwarts is daciet; en gesteente met meer veldspaatvervanger is tefriet, basaniet, fonolitisch tefriet of fonolitisch basaniet. Als de samenstelling in het juiste veld voor andesiet valt, is dat nog onvoldoende om het gesteente als zodanig te identificeren. Daarvoor moet ook nog de kleurindex van het gesteente beschouwd worden. Een gesteente kan als andesiet geïdentificeerd worden als de kleurenindex kleiner is dan 35% van het volume of 40% van de massa van het gesteente. Als dit niet het geval is, maar het silica-aandeel van de massa wel boven de 52% ligt, is het gesteente "mela-andesiet". Bij een lager silicagehalte is het gesteente basalt.[1]
In de praktijk is determinatie op basis van optisch zichtbare mineralen meestal onmogelijk en raadt de IUGS aan de chemische samenstelling te gebruiken. Daarbij gebruikt men het gewichtsaandeel van silica en alkali-oxiden. Het totaal alkali-silicadiagram dient als hulpmiddel. Het veld voor andesiet ligt in dit diagram tussen 57-63% silica en minder dan 7% alkali-oxiden.[1] Bij een hoger gehalte alkali's heet het gesteente trachyandesiet.
Externe link
[bewerken | brontekst bewerken]Zie ook
[bewerken | brontekst bewerken]- QAPF-diagram + TAS-diagram
- Basaltisch andesiet, een gesteente dat tussen andesiet en basalt in zit
Voetnoten
[brontekst bewerken]Bronnen en verwijzingen
[brontekst bewerken]- (en) Le Maitre, R.W. (ed.); Streckeisen, A.; Zanettin, B.; Le Bas, M.J.; Bonin, B.; Bateman, P.; Bellieni, G.; Dudek, A.; Efremova, F.; Keller, J.; Lameyre, J.; Sabine, P.A.; Schmid, R.; Sørensen, H. & Woolley, A.R., 2002: Igneous Rocks, A Classification and Glossary of Terms, Recommendations of the International Union of Geological Sciences Subcommission on the Systematics of Igneous Rocks (2nd ed.), Cambridge University Press, ISBN 978-0-521-66215-4.
- (en) Neuendorf, K.K.E.; Mehl, J.P.Jr. & Jackson, J.A. (eds.); 2005: Glossary of Geology (5th ed.), American Geological Institute, Alexandria (Virginia), ISBN 978-0922152766.